Investeringsinspanningen

  • Investeringsinspanningen Vlaamse overheid 4.677 miljoen euro

    In 2018 bedroegen de investeringsinspanningen van de Vlaamse overheid overheid 4.677 miljoen euro, tegenover 3.827 miljoen euro in 2010. Dat is een stijging in nominale termen van 22% tussen 2010 en 2018.
    De investeringsinspanningen omvatten de investeringen in vaste activa en de investeringsbijdragen of -subsidies
    De investeringen in vaste activa hebben betrekking op materieel en immaterieel kapitaal, inclusief gronden. Ze worden weergegeven als een saldo van ontvangsten en uitgaven.

    De investeringen in vaste activa stegen van 2.508 miljoen euro in 2010 tot 3.737 miljoen euro in 2018 (+49%). Hun aandeel in de totale investeringsinspanningen steeg van 65% in 2010 tot 80% in 2018.

    De investeringsbijdragen of -subsidies (alleen uitgaven) daalden over de hele periode met bijna 29%: van 1.319 miljoen euro in 2010 tot 940 miljoen euro in 2018. In 2013 was er een stijging tot 1.560 miljoen euro. Ook in 2017 en 2018 was er sprake van een beperkte stijging.

  • Investeringsinspanningen Vlaamse gemeentebesturen 1.753 miljoen euro

    In 2018 bedroegen de gezamenlijke investeringsinspanningen van de gemeentebesturen (inclusief de Antwerpse districten) 1.753 miljoen euro. De investeringsinspanningen kenden grote schommelingen, met lagere bedragen in 2004-2005, in 2009-2010 en in 2014-2016, tegenover hogere bedragen in 2006-2007, 2012-213 en 2017-2018. Tussen 2004 en 2018 stegen de investeringsinspanningen van de gemeentebesturen in nominale termen met 146%.

    De investeringen van de gemeentebesturen in materiële en immateriële vaste activa bedroegen in 2018 bijna 1.485 miljoen euro. Ze vormen daarmee 85% van de totale investeringsinspanningen. Ze kenden tussen 2004 en 2018 een stijging van 152%.

    De investeringsbijdragen of -subsidies van de gemeentebesturen omvatten alleen de uitgaven. In 2018 ging het om bijna 270 miljoen euro. De investeringsbijdragen stegen tussen 2004 en 2018 met bijna 120%.

  • Grote verschillen in investeringsinspanningen bij de andere lokale besturen

    Bij de andere lokale besturen naast de gemeentebesturen zijn er grote verschillen in de omvang en evolutie van hun investeringsinspanningen in de periode 2014-2018.

    De investeringsinspanningen van de autonome gemeentebedrijven (AGB) bedroegen in 2018 ruim 268 miljoen euro. Dat komt overen met een forse stijging van 125% sinds 2014.

    De investeringsinspanningen van de Openbare Centra voor Maatschappelijk Welzijn (OCMW) daalden de afgelopen jaren: van 317 miljoen euro in 2014 tot 132 miljoen euro in 2018. Dat is een daling van 58%.

    De OCMW-verenigingen deden in 2018 voor 109 miljoen euro investeringsinspanningen, tegenover bijna 68 miljoen euro in 2016. Dat is veel hoger dan in 2014 en 2015, toen het slechts om 3 miljoen euro ging.

    De investeringsinspanningen van de provinciebesturen stegen van 153 miljoen euro in 2014 tot 165 miljoen euro in 2015. Ze daalden tot 120 miljoen euro in 2016 en stegen daarna sterk tot 210 miljoen euro in 2018.

    De investeringsinspanningen van de autonome provinciebedrijven (APB) zijn beperkt. In 2018 bedroegen ze bijna 10 miljoen euro, tegenover ruim 3 miljoen euro in 2015. Dat is een stijging van 182%.

  • Negatieve investeringsinspanningen in 18 gemeenten

    De investeringsinspanningen van de gemeentebesturen per inwoner variëren sterk tussen de gemeenten onderling. Er is geen duidelijk patroon te onderscheiden in de verschillen.

    In 2018 hadden 18 gemeenten negatieve investeringsinspanningen. In de gemeenten Zaventem, Kraainem, Wezembeek-Oppem, Tervuren, Schilde, Houthalen-Helchteren, Drogenbos, Linkebeek en Neerpelt waren er in 2018 negatieve investeringsinspanningen van minder dan -200 euro per inwoner.
    In de gemeenten Sint-Genesius-Rode, Sint-Pieters-Leeuw, Hasselt, Herne, Beersel, Hemiksem, Zoersel, Heers en Izegem lagen de negatieve bedragen tussen -200 euro en 0 euro per inwoner.
    Negatieve investeringsinspanningen betekenen dat de investeringsuitgaven kleiner zijn dan de investeringsontvangsten (verkoop van onder meer gebouwen, gronden en wagens).

    In 104 gemeenten lagen de investeringsinspanningen in 2018 tussen 0 en 200 euro per inwoner (waaronder centrumstad Turnhout) en in 137 gemeenten tussen 200 en 400 euro (waaronder de centrumsteden Oostende, Kortrijk, Sint-Niklaas, Brugge, Genk, Aalst, Leuven en Gent).
    De investeringsinspanningen bedroegen tussen 400 en 600 euro per inwoner in 33 gemeenten (waaronder centrumsteden Roeselare, Antwerpen en Mechelen).
    In 16 gemeenten lagen de investeringsinspanningen hoger dan 600 euro per inwoner, tot 930 euro in Mesen, 1.015 euro in Spiere-Helkijn en 1.420 euro in Houthulst.
    Positieve bedragen betekenen dat de investeringsuitgaven groter zijn dan de investeringsontvangsten.

Bronnen

Vlaamse overheid: 
•    Departement Financiën en Begroting (FB): Website
•    Instituut voor Nationale Rekeningen (INR): Website
•    Nationale Bank van België (NBB): Database overheidsfinanciën

Lokale overheden: 
•    Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB): BBC

Definities

Investeringsinspanningen van Vlaamse en lokale overheden: de som van 
-    investeringen in vaste materiële en immateriële activa, inclusief gronden,
-    investeringsbijdragen of -subsidies aan derden.
De bedragen hebben betrekking op de gerealiseerde transacties, niet op de geraamde cijfers uit de begroting en haar herzieningen. 
De gegevens over de investeringen in vast materieel en immaterieel actief betreffen het saldo van uitgaven en inkomsten. Voor de investeringsbijdragen of -subsidies gaat het alleen om de uitgaven. 
Het gaat telkens om bruto bedragen, dat wil zeggen zonder aftrek van afschrijvingen.

Nominale termen: bedragen uitgedrukt in prijzen van het betrokken jaar, niet gecorrigeerd voor de inflatie.

Publicatiedatum

21 november 2019

Volgende update

november 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies