Sportparticipatie

 

Bron

Sociaal-culturele verschuivingen in Vlaanderen (SCV), Statistiek Vlaanderen

 

Definities

Sportbeoefening wordt in de SCV-survey opgevolgd via volgende vraag:

Doet u aan sport? Sport mag u ruim opvatten, bijvoorbeeld ook wandelen of fietsen

1: ja
2: nee"

Sportdiversiteit betreft het aantal verschillende sporten die door één persoon beoefend worden. Dit wordt in de SCV-survey opgevolgd via volgende open vraag:

"Welke sporten beoefent u?"

Per genoemde sport wordt vervolgens gevraagd naar de sportfrequentie via volgende vraag:

"Hoe vaak beoefent u sport x?

1: één keer per jaar
2: meerdere keren per jaar
3: één keer per maand
4: meerdere keren per maand
5: één keer per week
6: meerdere keren per week
7: dagelijks"

 

De populatie van de SCV-survey veranderde door de jaren heen. De eerste survey werd uitgevoerd in 1996. Tot 2008 werden alleen Belgen ondervraagd (selectie Rijksregister), vanaf 2009 werden ook niet-Belgen bevraagd. Er zijn ook leeftijdsverschillen. Tot 2000 zaten er ook 16- en 17-jarigen in de steekproef, vanaf 2001 was 18 jaar de ondergrens. Tot 1999 was 75 jaar de bovengrens. In 2000 werd die bovengrens op 85 jaar gezet. Vanaf 2009 is er geen bovengrens meer. Omwille van de vergelijkbaarheid in de tijd werd voor de gegevens over sportparticipatie de populatie afgebakend tot de 18 tot 85-jarige Vlamingen met Belgische nationaliteit. 

 

Opmerkingen bij de kwaliteit

De SCV-survey 'Sociaal-culturele verschuivingen in Vlaanderen' is een jaarlijkse face-to-face survey bij een toevallige steekproef van Nederlandstalige inwoners in het Vlaamse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. De survey peilt naar opvattingen, overtuigingen en gedragingen van Vlamingen met betrekking tot maatschappelijk en beleidsrelevante thema's. Jaarlijks worden ongeveer 1.500 interviews gerealiseerd. De responsgraad bedraagt circa 60%, maar is in de surveyjaren 2017 en 2018 teruggelopen tot respectievelijk 55 en 50%.

Er gaat veel aandacht naar het volgen van kwaliteitsrichtlijnen, zowel bij het uitwerken van de vragenlijst, de steekproeftrekking, het wegen van de data als de training van interviewers. De gebruiker moet zich er echter van bewust zijn dat de percentages op basis van surveydata een schatting zijn van de overeenkomstige populatiepercentages binnen een interval. De grootte van dat interval is afhankelijk van het bekomen percentage en van de steekproefomvang. Bij een steekproefomvang van 1.500 respondenten bedraagt het betrouwbaarheidsinterval rond een gerapporteerd percentage van 50% ongeveer 5 procentpunten, dus 47,5%-52,5%. Voor gerapporteerde percentages van 20% of 80% is dat interval kleiner, maar voor kleinere groepen (bijvoorbeeld één opleidingsniveau of één gezinstype) is het interval groter.

Alle percentages en gemiddelden zijn gewogen. De gewichten die daarbij gebruikt worden, proberen de onder- of oververtegenwoordiging van bepaalde categorieën te compenseren. Die onder- of oververtegenwoordiging kan het gevolg zijn van onder meer steekproeffouten of verschillen in non-respons.

 

Referenties

Statistiek Vlaanderen: SCV-survey

 

Contact

 Stel je vraag

 

Naar de statistiek