Loonkosten

  • Totale loonkosten 7% lager dan in 2019

    De totale loonkosten kunnen voor het Vlaamse Gewest in 2020 geraamd worden op 120 miljard euro. De Covid-19-crisis zorgde voor een belangrijke terugval van de economische activiteit in 2020. Dat komt ook tot uiting in de betaalde lonen die 7% lager liggen dan in 2019 (in lopende prijzen).

    De loonmassa nam vanaf 2003 vrijwel onafgebroken toe. De recessiejaren 2009 en vooral 2020 vormen hierop een uitzondering.

  • Loonkost per eenheid product neemt af op lange termijn

    De loonkost per eenheid product (LEP) wordt voor 2020 geraamd op 0,65 in het Vlaamse Gewest. Het gaat om de verhouding van de verloning van werknemers en zelfstandigen tot de bruto toegevoegde waarde. Hoe lager de loonkost per eenheid product, hoe gunstiger dat is voor de competitiviteit.

    Vanaf 2003 is er sprake van een daling van deze LEP, maar niet continu. In de crisisjaren 2008 en 2009 nam de LEP toe, omdat de economische activiteit achteruit ging, maar de tewerkstelling (en dus de lonen) niet in dezelfde mate. Ook in het conjunctureel zwakke jaar 2013 steeg de LEP licht. En in 2019 en 2020 nam de LEP opnieuw toe.

    De LEP lag in het Vlaamse Gewest in de hele periode 2003 tot 2020 ongeveer op het niveau van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest. In het Waalse Gewest ligt de LEP hoger.

  • Loonkosten per eenheid product in industrie en energie iets lager dan in marktdiensten

    De industrie en energie en de marktdiensten zijn 2 belangrijke economische hoofdsectoren in het kader van competitiviteit. In 2020 lag de LEP in de industrie en energie naar schatting met 0,59 iets lager (gunstiger voor de competitiviteit) dan in de marktdiensten (0,60).

    De LEP is in beide hoofdsectoren gedaald. De LEP kende wel een toename tijdens de financieel-economische crisis in 2008-2009 en de Covid-19-crisis, en dit sterker in de industrie en energie dan in de marktdiensten. Dat komt doordat deze sector conjunctuurgevoeliger is.

  • Vlaamse loonkosten per eenheid product lager dan in de buurlanden

    De LEP lag in 2018 in het Vlaamse Gewest iets lager en dus gunstiger dan gemiddeld in onze 3 buurlanden Duitsland, Frankrijk en Nederland. Dat zijn ook onze belangrijkste handelspartners. Dat blijkt uit de verhouding van de Vlaamse LEP tot de gemiddelde LEP van de 3 buurlanden. Die verhouding is lager dan 1. Voor de hele economie lag de verhouding in 2018 op 0,96.

    De gunstigere LEP doet zich vooral voor in de industrie en energie (0,91). Voor de marktdiensten was dit in mindere mate het geval (0,94). Sedert 2003 werd de Vlaamse LEP geleidelijk aan competitiever ten opzichte van het gemiddelde van de 3 buurlanden, ook voor wat betreft de industrie en energie en de marktdiensten.

Bronnen

Instituut voor de Nationale Rekeningen: Regionale rekeningen
Statistiek Vlaanderen: Regionale economische vooruitzichten

Definities

Loonkosten: de som van alle vergoedingen verschuldigd door alle werkgevers aan alle werknemers.
Loonkosten per eenheid product (LEP): de totale verloning van werknemers en zelfstandigen in verhouding tot de bruto toegevoegde waarde.
De bruto toegevoegde: het verschil tussen de marktwaarde van de in 1 jaar geproduceerde goederen en diensten en de marktwaarde van de in het productieproces verbruikte intermediaire goederen en diensten.
Lopende prijzen: prijzen van het betrokken jaar, niet gecorrigeerd voor de inflatie. 

Publicatiedatum

18 september 2020

Volgende update

september 2021

Meer cijfers

Contact

Vorige versies