Overnachtingen door verblijfstoeristen

  • Aantal overnachtingen in maart 2020 maar een derde van aantal in maart 2019

    In januari en februari 2020 lag het aantal toeristische overnachtingen in het Vlaamse Gewest hoger dan in dezelfde maanden in 2019: in januari ging het om een stijging met 4% in februari zelfs 13%. In maart 2020 was er echter sprake van een sterke terugval van het aantal overnachtingen als gevolg van de lockdown-maatregelen die werden ingesteld in de strijd tegen het coronavirus vanaf midden maart 2020. Er werden nog bijna 570.000 overnachtingen geteld, maar dat is maar een derde van het aantal overnachtingen in maart 2019.

  • In 2019 ruim 26 miljoen toeristische overnachtingen in Vlaamse Gewest

    In 2019 werden in totaal iets minder dan 26,4 miljoen toeristische overnachtingen geboekt in het Vlaamse Gewest. Zakentoeristen zijn goed voor 1 op de 5 geboekte overnachtingen. De overige overnachtingen gebeuren in het kader van reizen als ontspanning en vakantie. 

    In de nasleep van de aanslagen in Brussel in maart 2016 kwamen er dat jaar iets minder toeristen overnachten in het Vlaamse Gewest dan het jaar voordien. In 2017 was er sprake van een herstel en vanaf 2018 waren er ruim meer overnachtingen dan in 2015. Zowel het aantal overnachtingen van zakentoeristen als de overnachtingen in het teken van ontspanning stegen ook in 2019 nog verder.

    In 2016 lieten vooral de buitenlandse toeristen Vlaanderen links liggen, terwijl er meer Belgen op reis gingen in Vlaanderen. In 2019 was er ten opzicht van 2016 en 2018 zowel een stijging van het aantal Belgen als van het aantal buitenlandse overnachtingen.

  • Toeristen kiezen vooral hotel als logiesvorm

    Van alle accommodaties kiezen toeristen bij voorkeur voor een hotel. In 2019 ging het om ruim 10,6 miljoen overnachtingen of ongeveer 40% van het totaal. Vakantiewoningen en vakantieparken zijn  goed voor 18% en 16% van het marktaandeel. Verder gebeurt 13% van de overnachtingen in jeugdherbergen en andere jeugdverblijfcentra. Minder dan 10% van de overnachtingen vinden plaats in andere accommodatievormen.

    In hotels en gastenkamers verblijven de toeristen gemiddeld 1 tot 2 nachten, terwijl ze in jeugdherbergen, vakantieparken en campings 3 tot 4 nachten verblijven en in vakantiewoningen 6 nachten.

  • Ruim helft van overnachtingen geboekt door Belgen

    Belgen waren in 2019 goed voor bijna 15 miljoen overnachtingen of 56% van het totaal aantal overnachtingen in het Vlaamse Gewest. Daarnaast gebeurde 30% van de overnachtingen door toeristen uit de buurlanden. Vooral Nederlanders, maar ook Duitsers, Fransen en Britten komen vaak naar Vlaanderen op (zaken)vakantie. De resterende 3,8 miljoen overnachtingen (14%) worden gedaan door toeristen van niet-buurlanden.

  • Meeste overnachtingen aan kust en in kunststeden

    Bijna 1 op de 3 van alle overnachtingen in het Vlaamse Gewest vond in 2019 plaats aan de kust. In totaal gaat het om 8,1 miljoen overnachtingen. Koksijde telde met bijna 1,5 miljoen het meeste overnachtingen. Ook in Oostende, De Haan en Knokke-Heist waren er telkens minstens 1 miljoen overnachtingen.

    De 5 kunststeden (Antwerpen, Brugge, Gent, Leuven en Mechelen) waren samen goed voor ruim 6,5 miljoen overnachtingen of 25% van alle overnachtingen. In Brugge en Antwerpen waren er telkens ruim 2 miljoen. Gent, Leuven en Mechelen telden samen ook 2 miljoen overnachtingen.

    De 9 kustgemeenten en de 5 kunststeden zijn dus samen goed voor meer dan de helft van alle overnachtingen. De rest van de overnachtingen vindt plaats in de andere Vlaamse gemeenten, met de grootste aantallen in enkele gemeenten met vakantieparken in de Kempen. Ook rond de luchthaven in Zaventem zijn er opvallend veel overnachtingen.

  • Meer overnachtingen in Vlaams Gewest dan in andere gewesten

    In totaal waren er in 2019 iets minder dan 26,4 miljoen overnachtingen in het Vlaamse Gewest. Dat zijn er 3 keer meer dan de 8,7 miljoen overnachtingen in het Waalse Gewest en 3,5 keer meer dan de 7,4 miljoen in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest.

    Het hoger aantal overnachtingen in het Waalse Gewest dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest hangt samen met de gemiddelde verblijfsduur. Er komen immers bijna evenveel toeristen aan in Brussel als in Wallonië, maar ze verblijven gemiddeld langer in het Waalse Gewest (2,4 nachten) dan in het Brusselse Gewest (1,9 nachten). In het Vlaamse Gewest verblijft een toerist nog langer: gemiddeld 2,5 nachten.

    In het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest zijn buitenlanders goed voor bijna 80% van de overnachtingen. In het Vlaamse en Waalse Gewest ligt dit aandeel telkens op 44%. Daar gaat het vooral om overnachtingen door Belgen.

Publicatiedatum

2 juli 2020

Volgende update

oktober 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies