Saldo van ontvangsten en uitgaven

  • ESR-vorderingensaldo Vlaamse overheid gedaald tot -654 miljoen euro

    Het ESR-vorderingensaldo volgens het Instituut voor Nationale Rekeningen (INR) lag in 2018 op -646 miljoen euro. Het ESR-vorderingensaldo zoals berekend volgens de methode van de Hoge Raad voor Financiën (HRF) wordt door de Vlaamse overheid als maatstaf gehanteerd. Het bedroeg in 2018 -654 miljoen euro.

    Het ESR-vorderingensaldo volgens het Instituut voor Nationale Rekeningen (INR) is gelijk aan het verschil tussen de ESR-ontvangsten en ESR-uitgaven, met uitsluiting van de opname van nieuwe leningen of leasings, de aflossing van lenings- en leasingsschulden en de investeringen in en de verkoop van financiële vaste activa. We noemen dat het ESR-vorderingensaldo-INR.
    In het verlengde van de 6de staatshervorming wordt vanaf 2015 door de Vlaamse overheid het ESR-vorderingensaldo-HRF berekend, volgens de methode van de Hoge Raad voor Financiën (HRF). 

    Beide varianten van het ESR-vorderingensaldo waren gelijk tussen 2010 en 2014 . In 2010 was er sprake van een saldo van -1.533 miljoen euro. Dat saldo steeg tot ongeveer 17 miljoen euro in 2012, gevolgd door een daling tot -718 miljoen euro in 2014.

    In 2015 daalde het ESR-vorderingensaldo-INR tot -3.377 miljoen euro, steeg daarna tot 1.401 miljoen euro in 2017, maar daalde weer sterk tot -646 miljoen euro in 2018 (inclusief 1.005 miljoen euro voor de negatieve afrekening met betrekking tot de middelen uit de Bijzondere Financieringswet).
    Het ESR-vorderingensaldo-HRF nam na 2014 gestaag toe tot 791 miljoen euro in 2018, maar ging in 2018 weer fors onder nul.

    Het grote verschil tussen de 2 varianten vanaf 2015 hangt samen met de gebruikte methode voor de verrekening van de opcentiemen op de personenbelasting, die na de 6de staatshervorming tot de bevoegdheid van de Vlaamse overheid behoren. De HRF-methode impliceert een gelijkmatigere verdeling van de opcentiemen over de jaren vanaf 2015 en bijgevolg tot een vlakkere evolutie van het ESR-vorderingensaldo-HRF.

  • Budgettair resultaat en ESR-vorderingensaldo Vlaamse gemeentebesturen opnieuw negatief

    Het budgettair resultaat van de gemeentebesturen (inclusief de districten) was in 2018 met -512 miljoen euro sterk negatief. 

    De gemeentebesturen hanteren het budgettair resultaat van het boekjaar als een maatstaf voor hun beleid. Het budgettair resultaat is het verschil tussen alle ontvangsten en alle uitgaven van het boekjaar.

    Het budgettair resultaat daalde van 229 miljoen euro in 2010 tot bijna -700 miljoen euro in 2014. In 2015 steeg het tot 1.035 miljoen euro, maar daarna volgde weer een daling tot 210 miljoen euro in 2016, die werd voortgezet tot het negatieve resultaat in 2018.

    Voor de Vlaamse gemeentebesturen wordt door het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) eveneens het ESR-vorderingensaldo berekend. Het ESR-vorderingensaldo is gelijk aan het budgettair resultaat met uitsluiting van de financiële kapitaaltransacties, die onder meer de opname en terugbetaling van leningen omvatten. De maatstaf kan worden gebruik voor een vergelijking met andere entiteiten.

    Het ESR-vorderingensaldo volgde in de periode 2010 en 2013 min of meer de evolutie van het budgettair resultaat, maar op een lager niveau. Tijdens de jaren daarna waren de verschillen veel groter. Het ESR-vorderingensaldo was in 2018 negatief en lag op bijna -400 miljoen euro. Het vorderingensaldo daalde van -37 miljoen euro in 2010 tot -842 miljoen euro in 2012. Het steeg vervolgens tot 506 miljoen euro in 2017, maar daalde dan weer fors tot het negatieve bedrag in 2018.

  • Budgettair resultaat andere lokale besturen 81 miljoen euro

    Het gezamenlijk budgettair resultaat van de andere lokale besturen naast de gemeentebesturen bedroeg in 2018 81 miljoen euro. Het gaat om autonome gemeentebedrijven (AGB), openbare centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW), OCMW-verenigingen, provinciebesturen en autonome provinciebedrijven (APB).

    De gegevens over het budgettair resultaat van de andere lokale besturen zijn pas vanaf 2014 beschikbaar. Het budgettair resultaat steeg van 118 miljoen euro in 2014 tot bijna 219 miljoen euro in 2015. In 2016 daalde het tot bijna 40 miljoen euro, maar steeg daarna weer tot 81 miljoen euro in 2017 en 2018.

    Het ESR-vorderingensaldo van de andere lokale besturen berekend door het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) was in 2018 negatief en bedroeg bijna -116 miljoen euro. Het ESR-vorderingensaldo steeg van ruim 19 miljoen euro in 2014 tot -135 miljoen euro in 2016, gevolgd door een forse daling tot 27 miljoen euro in 2017 en het negatieve bedrag in 2018.

    Het ESR-vorderingensaldo lag in 2014 bijna 99 miljoen euro lager dan het budgettair resultaat en in 2015 bijna 101 miljoen euro. In 2016 lag het ESR-vorderingensaldo 135 miljoen euro hoger dan het budgettair resultaat, maar in 2018 lag het weer bijna 197 miljoen euro lager.

  • Grote onderlinge verschillen bij andere lokale besturen

    Er zijn grote onderlinge verschillen in het budgettair resultaat bij de andere lokale besturen.

    In 2018 lag het budgettair resultaat van de autonome gemeentebedrijven (AGB) op 25 miljoen euro. In 2014 bedroeg het resultaat 9 miljoen euro, in 2015 steeg het tot 51 miljoen euro. In 2016 daalde het tot -30 miljoen euro, maar steeg daarna weer tot een positief bedrag in 2018.

    De OCMW’s hadden in 2018 een positief budgettair resultaat van 16 miljoen euro, tegenover 51 miljoen in 2017, 17 miljoen in 2016, 150 miljoen in 2015 en 120 miljoen euro in 2014.

    Bij de OCMW-verenigingen is er een stijging van 4 miljoen euro in 2014 tot ruim 47 miljoen euro in 2016, gevolgd door een forse daling tot 12 miljoen euro in 2017 en een sterke stijging tot 64 miljoen euro in 2018.

    Het budgettair resultaat van de provinciebesturen steeg van -22 miljoen euro in 2014 tot 1,4 miljoen in 2016. Daarna daalde het saldo weer tot -28 miljoen euro in 2018.

    Bij de autonome provinciebedrijven (APB) ten slotte steeg het budgettair resultaat van 6,6 miljoen euro in 2014 tot 16 miljoen euro in 2015, gevolgd door een daling tot 3 miljoen euro in 2018.

  • Positief budgettair resultaat bij 98 gemeentebesturen

    Het budgettair resultaat van de gemeentebesturen in euro per inwoner varieert sterk tussen de gemeenten onderling. Er is geen duidelijk patroon te onderscheiden in de verschillen. 

    In 2018 hadden 98 gemeentebesturen een positief budgettair resultaat, 210 gemeentebesturen hadden een negatief resultaat.

    In 10 gemeenten was er een negatief resultaat lager dan -400 euro per inwoner. Het gaat om Spiere-Helkijn, Begijnendijk, Nieuwpoort, Wielsbeke, Mortsel, Lille, Staden, Kontich, Rumst en Boortmeerbeek.
    In 39 gemeenten (waaronder centrumsteden Leuven en Antwerpen) lag het resultaat tussen -200 en -400 euro per inwoner en in 161 gemeenten (waaronder de centrumsteden Roeselare, Genk, Oostende, Sint-Niklaas, Mechelen en Hasselt) tussen 0 en -200 euro per inwoner.

    In 39 gemeenten (waaronder centrumsteden Leuven en Antwerpen) lag het resultaat tussen -200 en -400 euro per inwoner en in 161 gemeenten (waaronder de centrumsteden Roeselare, Genk, Oostende, Sint-Niklaas, Mechelen en Hasselt) tussen 0 en -200 euro per inwoner.

    In 88 gemeenten was er een positief budgettair resultaat van 0 tot 200 euro per inwoner (waaronder centrumsteden Gent, Turnhout, Aalst, Kortrijk en Brugge) en in 10 gemeenten lag het resultaat hoger dan 200 euro. Het budgettair resultaat bedroeg meer dan 400 euro per inwoner in de gemeenten Sint-Genesius-Rode (408), Kraainem (428) en Machelen (436).

Bronnen

Vlaamse overheid:

Lokale overheden:

Definities

ESR: Europees stelsel van nationale en regionale rekeningen.

ESR-vorderingensaldo-INR: het verschil tussen de ESR-ontvangsten en ESR-uitgaven, met uitsluiting van: 
•    de opname van leningen en aflossing van schuld,
•    de kredietverleningen en deelnemingen,
•    de interne stromen: ontvangsten van en uitgaven aan de te consolideren instellingen.

ESR-vorderingensaldo-HRF: variant van het ESR-vorderingensaldo-INR, volgens de methode van de Hoge Raad voor Financiën (HRF). 
De HRF-methode volgt niet langer het ritme van de inkohiering en afhandeling van de belastingdossiers van de belastingplichtige personen/huishoudens. Ze is gebaseerd op een evenwichtige verrekening van de voorschotten, de voorfinanciering en de ontvangen bedragen. Daardoor worden de opcentiemen op de personenbelasting, die als gevolg van de 6de staatshervorming zijn overgeheveld naar de Vlaamse overheid, op een gelijkmatige wijze verdeeld over de jaren. De HRF-methode leidt bijgevolg tot een meer continue evolutie van het ESR-vorderingensaldo-HRF. 

Budgettair resultaat van het boekjaar van de lokale besturen: het verschil tussen alle ontvangsten (exploitatie-ontvangsten, investeringsontvangsten en de andere ontvangsten) en alle uitgaven (exploitatie-uitgaven, investeringsuitgaven en de andere uitgaven) van het betrokken boekjaar. Het saldo van de vorige boekjaren wordt niet meegeteld.
 

Publicatiedatum

21 november 2019

Volgende update

november 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies