Schoolse vorderingen

  • Minder schoolse achterstand in zowel lager als secundair onderwijs

    In het gewoon lager onderwijs lag in het schooljaar 2019-2020 het aandeel leerlingen met schoolse achterstand in alle leerjaren samen op 11,7%. Sinds 2011-2012 daalt dit aandeel.

    In het voltijds gewoon secundair onderwijs bedroeg in 2019-2020 het aandeel leerlingen met schoolse achterstand in alle leerjaren samen 25,0%. In het 2de leerjaar van de 3de graad loopt dit op tot 31,2%. Ook in het secundair onderwijs is in de meest recente jaren een daling merkbaar.

    Schoolse achterstand is niet noodzakelijk een gevolg van zittenblijven, maar kan ook veroorzaakt worden door een verlate instap of door ziekte.

  • Minder dan 1% van leerlingen heeft 2 of meer jaar achterstand in lager onderwijs

    In het lager onderwijs heeft het merendeel van de leerlingen met schoolse achterstand 1 jaar achterstand. 0,9% van het totaalaantal leerlingen in alle leerjaren samen heeft een grotere achterstand (2 jaar of meer) opgelopen.

    Het aandeel leerlingen met schoolse voorsprong bedroeg in het schooljaar 2019-2020 over alle leerjaren 1,0%.

    Dat betekent dat er in het schooljaar 2019-2020 87,3% van de leerlingen over alle leerjaren op leeftijd zat.

    Jongens hebben iets meer schoolse achterstand dan meisjes; bij schoolse voorsprong zijn er weinig verschillen tussen jongens en meisjes.

  • Grotere achterstand in BSO, TSO en KSO dan in ASO

    In het voltijds gewoon secundair onderwijs zijn er grote verschillen op vlak van schoolse achterstand naargelang de onderwijsvorm. In de eerste graad lag de schoolse achterstand in 2019-2020 op 18,0%. Na de eerste graad was het aandeel leerlingen met schoolse achterstand (alle leerjaren samen) het kleinst in het algemeen secundair onderwijs (ASO) (11,4%) en het grootst in het beroepssecundair onderwijs (BSO) (56,4%). In het 2de leerjaar van de 3de graad bedroegen deze aandelen 12,4% voor ASO en 58,0% voor BSO.

    Jongens hebben meer schoolse achterstand dan meisjes in het secundair onderwijs. Voor alle jaren samen bedroegen de aandelen met achterstand 27,9% bij jongens en 22,1% bij meisjes. In het 2de leerjaar van de 3de graad ging het om 35,7% bij jongens en 26,8% bij meisjes.

    De meerderheid van de leerlingen met schoolse achterstand heeft 1 jaar achterstand en dat in alle onderwijsvormen. 2 jaar schoolse achterstand of meer komt het meeste voor in het BSO (12,9% van het totaal aantal leerlingen), kunstsecundair onderwijs (KSO) (8,9%) en technisch secundair onderwijs (TSO) (8,0%). Deze cijfers gelden voor alle leerjaren samen, in het 2de leerjaar van de 3de graad liggen ze iets hoger, met een iets hoger aandeel voor TSO dan voor KSO.

Bronnen

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming:

Definities

Schoolse achterstand: schoolse achterstand is het aantal leerjaren vertraging dat een leerling oploopt ten aanzien van het leerjaar waarin hij zich zou bevinden als hij normaal zou vorderen en bij een normale instap.

Publicatiedatum

24 augustus 2020

Volgende update

augustus 2021

Meer cijfers

Contact

Vorige versies