Sociale bijstand

  • Ruim 41.000 Vlamingen ontvangen leefloon of equivalent leefloon

    Begin 2019 ontvingen iets meer dan 38.000 Vlamingen een leefloon en ruim 3.000 personen een equivalent leefloon. Het leefloon vormt een minimuminkomen voor mensen die niet over voldoende bestaansmiddelen beschikken. Het equivalent leefloon is er voor mensen die niet in aanmerking komen voor het leefloon maar die zich in een vergelijkbare noodsituatie bevinden. In de praktijk wordt dit vooral uitgekeerd aan personen die een verzoek hebben ingediend voor internationale bescherming (asielzoekers) en vreemdelingen die niet in het bevolkingsregister zijn ingeschreven.

    Het aantal leefloners in Vlaanderen is na een stijging tussen 2008 en 2010 en een daling tussen 2010 en 2012 in de daaropvolgende jaren weer gestegen. Die stijging was vooral groot in 2016 en 2017.

    Het aantal equivalent leefloners nam tussen 2006 en 2009 sterk af maar steeg tussen 2009 en 2011. Die stijging werd tussen 2012 en 2017 weer gevolgd door een daling. Sindsdien blijft het aantal equivalent leefloners ongeveer stabiel.

  • Sterkste toename (equivalent) leefloners bij jongeren

    Het aantal personen met een leefloon of equivalent leefloon is tussen 2006 en 2019 bij mannen (+10%) ongeveer even sterk gestegen als bij vrouwen (+9%).

    Naar leeftijd valt vooral de sterke stijging op bij jongeren onder 25 jaar. Daar gaat het om een stijging van 42% tussen 2006 en 2019. Bij de andere leeftijdsgroepen blijft die stijging beperkt of is er sprake van een daling.

    Bij de alleenstaanden is het aantal met een (equivalent) leefloon tussen 2006 en 2019 gedaald (-10%). Bij de personen met een gezin ten laste (+35%) en bij de samenwonenden (+23%) is het aantal duidelijk gestegen.

  • Specifieke sociale bijstandsuitkering voor 52.000 ouderen en 96.000 personen met een handicap

    Slechts een beperkt aantal 65-plussers ontvangt een leefloon omdat zij aparte regelingen kennen: het gewaarborgd inkomen voor bejaarden (GIB) dat sinds 2002 geleidelijk vervangen wordt door de inkomensgarantie voor ouderen (IGO). Meestal gaat het om een toeslag bovenop het pensioen, zodat men een bedrag bekomt dat vergelijkbaar is met het leefloon. Begin 2019 ging het samen om bijna 52.000 ouderen. Dat aantal is na een stijging tot 2015 in de meest recente jaren weer gedaald.

    Personen met een handicap kunnen een beroep doen op een inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT) indien zij door hun handicap geen of minder mogelijkheden hebben om een betaalde baan uit te oefenen. Daarnaast bestaat er voor hen een integratie­tegemoetkoming (IT) indien zij moeilijkheden hebben bij het uitvoeren van hun dagelijkse activiteiten. Begin 2019 werd in Vlaanderen aan bijna 96.000 personen een IVT en/of een IT uitgekeerd. Dat aantal is tegenover 2006 duidelijk gestegen. 

  • Hoger aandeel met sociale bijstandsuitkering in de steden en in West-Vlaanderen

    Het aandeel personen met een sociale bijstandsuitkering in de totale bevolking ligt het hoogst in de centrumsteden en in een groot aantal gemeenten in West-Vlaanderen. Het gaat hier om de som van het aantal personen met een (equivalent) leefloon, een IGO-GIB of een IVT-IT. In Mesen en Oostende lag het aandeel in 2019 met telkens iets meer dan 6% van de bevolking het hoogst. Daarna volgen Poperinge, Ieper, Blankenberge en Zelzate (telkens ongeveer 5%). In Tervuren en Oud-Heverlee ligt het aandeel met 1,1% het laagst van alle Vlaamse gemeenten.

  • Aandeel met sociale bijstandsuitkering in Vlaanderen lager dan in andere gewesten

    Begin 2019 ontving in het Vlaamse Gewest iets minder dan 3% van de bevolking een sociale bijstandsuitkering. In het Waalse Gewest ging het om 5% van de bevolking, in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om iets minder dan 7% en in België als geheel om bijna 4% van de bevolking.

    De verschillen tussen de gewesten zijn het grootst bij het aandeel van de bevolking met een (equivalent) leefloon. Bij de andere uitkeringen blijven de verschillen relatief beperkt. 

Bronnen

POD Maatschappelijke Integratie: Statistieken
Federale Pensioendienst: Statistieken
DG Handicap van FOD Sociale Zekerheid: Website

Definities

Centrumsteden: in het kader van haar stedenbeleid duidde de Vlaamse overheid 13 'centrumsteden' aan. Het gaat om Aalst, Antwerpen, Brugge, Genk, Gent, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Roeselare, Sint-Niklaas en Turnhout.

Publicatiedatum

19 september 2019

Volgende update

september 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies