Starters hoger onderwijs naar opleidingsniveau moeder

  • Aandeel starters hoger onderwijs met niet-hoogopgeleide moeder neemt niet toe

    Van alle leerlingen die na het schooljaar 2016-2017 uitstroomden uit het secundair onderwijs namen 64% in het daaropvolgende jaar deel aan het hoger onderwijs. Bij de leerlingen met  een laagopgeleide moeder lag dit aandeel op 41%. Bij de leerlingen met een middenopgeleide moeder ging het om 61%, bij de leerlingen met een hoogopgeleide moeder om 82%. Bij de leerlingen met een niet-hoogopgeleide moeder (laag- of middenopgeleide moeder) ging het om 53%.

    Deze aandelen lagen in het schooljaar 2014-2015 vrijwel even hoog als in het schooljaar 2008-2009. In die periode nam de participatie van jongeren met een laag- of middenopgeleide moeder aan het hoger onderwijs dus niet toe. Op basis van de cijfers van de schooljaren 2015-2016 en 2016-2017 kan geen uitspraak gedaan worden over deze trend. De daling van de participatiegraden tijdens die schooljaren kan gedeeltelijk te wijten zijn aan het feit dat deze jongeren slechts 1 of 2 schooljaren de kans hebben gehad om door te stromen naar het hoger onderwijs.

  • Meisjes stromen vaker door naar hoger onderwijs dan jongens, ongeacht opleidingsniveau moeder

    Meisjes stromen vaker door naar het hoger onderwijs dan jongens. In het uitstroomjaar 2016-2017 ging het bij meisjes om 72%, bij jongens om 57%. Dat verschil tussen jongens en meisjes doet zich voor ongeacht het opleidingsniveau van de moeder, maar is wel kleiner bij uitstromers met een hoogopgeleide moeder dan bij andere uitstromers.

Bronnen

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

Definities

De statistiek geeft het aandeel van de uitstromers uit het secundair onderwijs weer dat in ten minste één van de 3 academiejaren volgend op het uitstromen uit het secundair onderwijs ingeschreven is als student in het hoger onderwijs van de Vlaamse Gemeenschap. Hierbij wordt geen rekening gehouden met de kwalificatie die ze behaalden in het secundair onderwijs (en met de toegang tot het hoger onderwijs die daarmee samenhangt).

De indicator wordt pas 3 academiejaren na het uitstroomjaar uit het secundair onderwijs definitief. De cijfers voor het laatste en het voorlaatste jaar zijn dus nog niet geheel vergelijkbaar met die van de voorgaande jaren aangezien de jongeren in het laatste en voorlaatste jaar slechts één of 2 jaar de kans hebben gehad door te stromen naar het hoger onderwijs. Bijgevolg zijn beide jaren licht onderschat in vergelijking met de overige jaren.

Laagopgeleide moeder: de hoogst behaalde kwalificatie van de moeder is maximaal lager secundair onderwijs.

Middenopgeleide moeder: de hoogst behaalde kwalificatie van de moeder is hoger secundair onderwijs (secundair onderwijs afgewerkt).

Hoogopgeleide moeder: de moeder behaalde een kwalificatie van het hoger onderwijs.

Publicatiedatum

25 november 2019

Volgende update

november 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies