Sterfte

  • Aantal overlijdens in juni onder niveau afgelopen jaren

    Het aantal overlijdens in het Vlaamse Gewest is vanaf maart 2020 duidelijk gestegen tegenover de maanden voordien. In april werd een piek bereikt met 8.381 overlijdens, maar in de maanden nadien volgde een daling van de geregistreerde aantallen. Het gaat om voorlopige cijfers over het totaal aantal overlijdens voor alle doodsoorzaken samen, niet enkel overlijdens als gevolg van Covid-19.

    Het waargenomen aantal overlijdens lag in april 2020 duidelijk hoger dan het aantal overlijdens dat normaal voor die maand kan worden verwacht. Dat wijst op oversterfte.

    Het verwachte aantal overlijdens is gebaseerd op de gemiddelde sterfte per maand in de jaren 2015-2019, met een aanpassing voor de bevolkingsgroei en wijzigingen in samenstelling van de bevolking naar leeftijd en geslacht.

    De procentuele oversterfte lag in april op +54% (statistisch significant). Dat betekent dat er ruim anderhalf keer méér overlijdens waren in april 2020 dan verwacht. Opgesplitst per geslacht bedraagt de oversterfte voor april +46% voor mannen en +62% voor vrouwen.

    In de maand mei is het waargenomen aantal overlijdens gedaald tot 5.517 (voorlopig cijfer), in juni tot 4.287 (voorlopig cijfer, registratie tot en met 28/06/2020). Dat laatste aantal ligt (voorlopig) 12% beneden het verwachte aantal overlijdens voor de maand juni (statistisch significant).

  • Aantal overlijdens vrij stabiel in recente jaren

    In de loop van 2019 zijn 62.420 inwoners (geteld onder de wettelijke bevolking) van het Vlaamse Gewest overleden. Dat zijn 977 overlijdens minder dan het jaar voordien (-1,5%), maar beduidend meer dan in 2010 (+7%). De groei van de bevolking (+6% tussen 2010 en 2020) en de voortschrijdende vergrijzing (van 18,2% 65-plussers in de totale bevolking in 2010 naar 20,5% in 2020) spelen daarin een rol.

  • Iets minder overlijdens dan geboorten

    In alle jaren sinds de eeuwwisseling (en ook in de jaren daarvoor) zijn er minder overlijdens dan geboorten in het Vlaamse Gewest. Dat geeft telkens een positief natuurlijk saldo. In 2019 ging het om 62.420 overlijdens tegenover 62.862 geboorten (sedert 2010 in dalende lijn), wat resulteert in een licht positief saldo van +442 eenheden (+0,07 per 1.000 inwoners). 

    Voor het Waalse Gewest daarentegen wordt vanaf 2015 een negatief natuurlijk saldo opgetekend (-0,4 per 1.000 inwoners in 2019). Voor het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest is het natuurlijke saldo al vele jaren duidelijk positief (+6,4 per 1.000 inwoners in 2019).

  • Daling vroegtijdige sterfte zwakt af

    Vroegtijdige sterfte slaat op het aantal overlijdens vóór de leeftijd van 75 jaar. In 2019 vonden 17.690 overlijdens plaats vóór de leeftijd van 75 jaar, wat neerkomt op 28% van het totaal aantal overlijdens. Bij mannen is dat 35%; bij vrouwen ligt dat met 22% véél lager. Een dalende trend van het (procentuele) aandeel van de vroegtijdige sterfte in de totale sterfte wordt aangeduid tussen 2000 en 2019. Die daling zwakt af of stagneert in recente jaren, vooral dan bij vrouwen.

  • Bijna 10 overlijdens per 1.000 inwoners per jaar

    In het Vlaamse Gewest waren er in 2019 9,4 overlijdens per 1.000 inwoners. Dit bruto sterftecijfer ligt iets hoger in het Waalse Gewest (10,3 per 1.000 inwoners) en lager in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (7,3 per 1.000 inwoners). Voor het Brussels Hoofdstedelijke Gewest is er een duidelijke daling van het bruto sterftecijfer overheen de observatieperiode.

    Bruto sterftecijfers hangen samen met de leeftijdsopbouw van de bevolking. Anders dan in het Vlaamse en Waalse Gewest was er over de afgelopen jaren een verjonging van de bevolking van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (relatief meer jongeren, minder ouderen), wat de daling van het bruto sterftecijfer in het hoofdstedelijke gewest mee verklaart.

  • Hoog bruto sterftecijfer voor kustgemeenten

    De kleine helft (47%) van de steden en gemeenten heeft een bruto sterftecijfer hoger dan het jaarlijkse gemiddelde voor het Vlaamse Gewest voor de periode 2017-2019 (9,6 per 1.000 inwoners). Vooral in de kustgemeenten, met hun oudere bevolking, worden relatief hoge waarden genoteerd (≥12,5 overlijdens per 1.000 inwoners in 8 kustgemeenten; niet in Brugge en Bredene). Andere zones van aaneengesloten gemeenten met een bovengemiddeld jaarlijks bruto sterftepeil (≥10) op de kaart zijn: Zuid-West-Vlaanderen (tussen Poperinge en Kortrijk); het Meetjesland (rond Eeklo); de Denderstreek en delen van de Vlaamse Ardennen (van Bornem tot Aalst en verder naar Kluisbergen en Avelgem); Zuidoost-Vlaams-Brabant en aanpalende gemeenten in Limburg (tussen Herselt en Gingelom).

    Aan de top staan kleine gemeenten als Herstappe (23,6), Horebeke (19,0) en Maarkedal (16,3). Bodemwaarden zijn er voor Spiere-Helkijn (6,5), Oud-Heverlee (6,2) en Baarle-Hertog (5,7).

    Antwerpen (9,3) scoort dicht bij het Vlaamse gemiddelde. Gent (8,8), Leuven (8,2) of Mechelen (8,5) scoren merkbaar lager, terwijl voor Brugge (11,3), Kortrijk (11,5) en Oostende (14,1) bovengemiddelde waarden genoteerd worden.

  • Vlaanderen licht onder het EU-gemiddelde voor bruto sterftecijfer

    Het Vlaamse Gewest en België scoren voor het bruto sterftecijfer van 2018 iets lager dan het Europese gemiddelde. Lidstaten met hoge scores zijn Litouwen, Letland en Bulgarije. Lidstaten met lage scores zijn Ierland, Cyprus en Luxemburg. Ten dele weerspiegelt de rangschikking ook de leeftijdsopbouw van de totale bevolking in de lidstaten, met gewoonlijk hoge scores voor een oude bevolking en lage scores voor een jonge bevolking.

Definities

Natuurlijk saldo: het aantal geboorten min het aantal overlijdens, vaak uitgedrukt per 100 inwoners of per 1.000 inwoners (gemiddelde bevolking = rekenkundig gemiddelde van de bevolking op 1 januari en op 31 december van het jaar).

Overlijdens: het betreft hier enkel het aantal sterfgevallen in de wettelijke bevolking van het Vlaamse Gewest, meer bepaald van personen met een officiële woonplaats (hoofdverblijfplaats) in het gewest. De overlijdens van personen die ingeschreven staan in het wachtregister (zoals voor asielzoekers) worden niet meegeteld.

Bruto sterftecijfer: drukt het aantal overlijdens uit ten opzichten van de (gemiddelde) bevolking van het omschreven grondgebied. Het wordt in de regel uitgedrukt per 1.000 inwoners. Omdat er geen rekening wordt gehouden met de leeftijdsverdeling van de bevolking is de beoordeling ‘bruto’ toegevoegd.

Gewoonlijk verblijvende bevolking: de bevolking die zijn gewone verblijfplaats heeft in het land zoals gepubliceerd door het Europese statistiekbureau Eurostat. Personen ingeschreven in het wachtregister voor asielzoekers (tegenwoordig verzoekers om internationale bescherming) worden hierin deels meegeteld (naargelang de verblijfsduur).

Wettelijke bevolking: de in het Rijksregister ingeschreven bevolking zoals gepubliceerd door het Belgische statistiekbureau Statbel. Het gaat om inwoners met een recht op permanent verblijf of vestiging in België of met een recht op tijdelijk verblijf (>3 maanden) in het land. De personen ingeschreven in het wachtregister voor asielzoekers (tegenwoordig verzoekers om internationale bescherming) worden hierin niet meegeteld.

Vroegtijdige sterfte: het aantal overlijdens vóór de leeftijd van 75 jaar (volgens de laatste verjaardag).

Oversterfte: positief verschil tussen waargenomen en verwachte waarde van het maandelijkse aantal overlijdens. De verwachte maandelijkse sterfte volgt uit het gemiddeld aantal overlijdens voor die maand in de jaren 2015-2019, met bijhorende correctie voor de bevolkingsgroei en wijzigingen in de leeftijdsopbouw (leeftijdsgroepen in jaren: 0-24, 25-44, 45-64, 65-74, 75-84, 85+). Er is statistisch significante oversterfte als de ondergrens van het tweezijdige 95%-betrouwbaarheidsinterval (α = 0,05) rond de geschatte Standardized Mortality Ratio (= waargenomen/verwacht aantal overlijdens) boven de toetswaarde (ratio = 1) uitkomt.

Publicatiedatum

14 juli 2020

Volgende update

augustus 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies