SV-rapport ‘Maatschappelijke positie en participatie van mannen en vrouwen’

SV-rapport 2021-1-mannen-vrouwen-cover

In dit rapport wordt gefocust op de maatschappelijke positie en participatie van mannen en vrouwen in Vlaanderen. Daarbij wordt gebruikt gemaakt van een brede waaier van statistieken over demografie, onderwijs en vorming, betaalde en onbetaalde arbeid, inkomen en armoede, gezondheid, besluitvorming, sociale participatie, attitudes en gedrag en mobiliteit.

Uit het rapport blijkt dat vrouwen tegenwoordig hoger geschoold zijn dan mannen en dat in alle leeftijdsgroepen. Maar het blijft wel zo dat vrouwen andere opleidingen volgen dan mannen. In het hoger onderwijs zijn vrouwen oververtegenwoordigd in studiegebieden als onderwijs, gezondheidszorg en de menswetenschappelijke richtingen, mannen in de exact-wetenschappelijke en economische richtingen. In het afgelopen decennium is er op dit vlak weinig veranderd.

De seksesegregatie uit het onderwijs zet zich ook voort op de arbeidsmarkt. Mannen en vrouwen zijn niet evenredig gespreid over de verschillende (sub)sectoren van de economie met over het algemeen lagere lonen in sectoren waar vrouwen oververtegenwoordigd zijn. Mannen bekleden bovendien ook nog steeds vaker hogere functies dan vrouwen. Ook deze situatie is in het afgelopen decennium niet fundamenteel gewijzigd. Wel is het zo dat de arbeidsdeelname van vrouwen duidelijk is toegenomen en in sterkere mate dan bij mannen. Maar vrouwen werken wel nog vaker deeltijds en verlaten vaker dan mannen tijdelijk de arbeidsmarkt om de zorg op te nemen voor de kinderen in het gezin of andere zorgbehoevenden.

Bovenstaande factoren spelen een belangrijke rol in de nog steeds bestaande loonkloof tussen mannen en vrouwen. Het aandeel personen dat als economisch zelfstandig kan beschouwd worden, ligt ook duidelijk hoger bij mannen dan bij vrouwen. Tegelijk is het zo dat de klassieke armoede-indicatoren over het algemeen weinig verschil geven tussen mannen en vrouwen.

Het bestaande verschil in levensverwachting tussen mannen en vrouwen nam de afgelopen jaren af doordat de lagere levensverwachting van mannen iets sterker steeg dan die van vrouwen. Mannen omschrijven hun gezondheid tegelijk vaker dan vrouwen als goed en rapporteren minder vaak een depressie. Vrouwen eten gezonder en zijn minder vaak zwaarlijvig. Daartegenover staat dat mannen meer lichaamsbeweging hebben dan vrouwen, maar tegelijk ook meer roken.

Mannen en vrouwen geven in ongeveer gelijke mate aan te participeren aan politieke activiteiten. Maar mannen blijven wel oververtegenwoordigd in parlementen en provincie- en gemeenteraden en nog meer bij de uitvoerende mandaten. Dat is ook het geval in de beslissingsorganen van commerciële vennootschappen en bedrijven en van verenigingen. Meer algemeen participeren mannen nog steeds meer aan de activiteiten van verenigingen dan vrouwen. Ook digitaal participeren mannen meer dan vrouwen. Dat laatste is vooral het geval bij de oudere leeftijdsgroepen en lager opgeleiden.

Verder is het zo dat vrouwen zich vaker dan mannen zorgen maken over hun veiligheid, zich vaker onveilig voelen in de eigen buurt en vaker bepaalde plaatsen mijden. Tegelijk zijn mannen sterk oververtegenwoordigd bij de verdachten van nagenoeg alle categorieën van misdrijven.

Uit het rapport blijkt ook dat mannen zich vaker verplaatsen en meer afstand afleggen dan vrouwen. Mannen leggen meer afstand af als autobestuurder, vrouwen als passagier. Mannen doen ook meer kilometers voor het werk, vrouwen voor boodschappen en diensten. Mannen raken ten slotte vaker ernstig of dodelijk gewond in het verkeer dan vrouwen.

Bij dit alles dient nog opgemerkt te worden dat in dit rapport enkel gefocust wordt op de situatie van mannen en vrouwen, op basis van de binaire geslachtsopdeling opgenomen in de gebruikte administratieve data of in bevolkingsenquêtes. De specifieke positie van personen wiens genderidentiteit (hoe ze zich voelen) niet overeenstemt met hun geboortegeslacht komt niet aan bod in dit rapport. Dat is een gevolg van het feit dat over deze zeer diverse groep, die aangeduid kan worden met de overkoepelende term ‘transgender personen’, momenteel nog niet op een systematische manier gegevens worden verzameld. Om de opvolging van de maatschappelijke positie en participatie van de zeer diverse groep transgender personen in de toekomst mogelijk te maken, zijn meer inspanningen nodig voor de ontwikkeling van bruikbare cijferreeksen op basis van bestaande administratieve data en bevolkingsenquêtes.

 

Download het rapport:
SV-rapport 2021/1: Maatschappelijke positie en participatie van mannen en vrouwen (Pdf 3,4 MB)

Auteurs:
Jo Noppe, Myriam Vanweddingen en Karolien Weekers

Publicatiedatum:
28 januari 2021

Meer informatie:
Jo Noppe
Statistiek Vlaanderen