Tewerkstelling per sector

  • Gezondheidszorg/maatschappelijke diensten en industrie grootste sectoren

    In 2018 was 16% van de werkenden van 20 tot 64 jaar in het Vlaamse Gewest actief in de gezondheidszorg en maatschappelijke diensten en 15% was tewerkgesteld in de industrie. Daarmee waren dit de sectoren met het hoogste aandeel werkenden. Dat blijkt uit de sectorale verdeling van de werkenden in 21 economische sectoren, op basis van de internationale NACE 2008- classificatie.

    De top 5 van sectoren met het hoogste aandeel werkenden van 20 tot 64 jaar werd in 2018 vervolledigd door de groot- en detailhandel en reparatie voertuigen (14% van de werkenden), het onderwijs (9%) en de bouwnijverheid (7%).

    Tussen 2009 en 2018 steeg het aandeel van de sector gezondheidszorg en maatschappelijke diensten het sterkst waardoor deze sector in 2018 de grootste was. In 2009 was dat nog de industrie.
    De tweede sterkste stijging deed zich voor in de sector administratieve en ondersteunende diensten. De grootste daling was er in de industrie, in de sector openbaar bestuur, defensie en sociale zekerheid en in de sector vervoer en opslag.

    De categorie ‘overige sectoren’ omvat de 6 kleinste sectoren met elk minder dan 1% aandeel: exploitatie en handel onroerend goed; elektriciteit, gas, stoom en gekoelde lucht; water, afval- en afvalwaterbeheer en sanering; extraterritoriale organisaties en lichamen; huishoudens en huishoudelijke productie; winning van delfstoffen.

  • Veel meer mannen in bouwnijverheid, industrie en vervoer/opslag, veel meer vrouwen in gezondheidszorg/maatschappelijke diensten en onderwijs

    De grote sectoren met een zeer groot aandeel mannen waren in 2018 de bouwnijverheid (90% mannen), de industrie (75%) en de sector vervoer en opslag (77%). Ook in enkele kleinere sectoren lag het aandeel mannen veel hoger dan het aandeel vrouwen: informatie en communicatie (76%); landbouw, bosbouw en visserij (70%); elektriciteit, gas, stoom en gekoelde lucht (78%) en de sector water, afval- en afvalwaterbeheer en sanering (80%).

    De typisch vrouwelijke sectoren zijn de gezondheidszorg en maatschappelijke diensten (82% vrouwen), het onderwijs (71%) en de andere diensten (67%).

    In de overige sectoren is het verschil tussen het aandeel van mannen en vrouwen veel kleiner, onder meer in de sector groot- en detailhandel en reparatie voertuigen, de sector openbaar bestuur, defensie, sociale zekerheid en de sector vrije beroepen, wetenschappelijke en technische activiteiten.

    De 6 kleinste sectoren zijn niet opgenomen in de grafiek wegens te lage betrouwbaarheid.

  • Grote verschillen naar onderwijsniveau

    In een aantal sectoren lag het aandeel hooggeschoolden in de periode 2017-2018 veel hoger dan het aandeel laag- en middengeschoolden. Het gaat om het onderwijs (87% hooggeschoolden), in de sector van vrije beroepen, wetenschappelijke en technische activiteiten (83%) en in de sector informatie en communicatie (78%).

    De middengeschoolden waren op hun beurt meer actief in de sector landbouw, bosbouw en visserij (60%), de sector accommodatie en maaltijden (58%), de bouwnijverheid (57%), de andere diensten (56%), de sector vervoer en opslag (54%), de sector groot- en detailhandel, reparatie voertuigen (53%) en de industrie (50%).

    In de meeste sectoren lag het aandeel van de laaggeschoolden lager dan 20%. Uitzonderingen zijn de sector water, afval- en afvalwaterbeheer en sanering (27%), de bouwnijverheid (22%), de sector accommodatie en maaltijden (23%), de sector administratieve en ondersteunende diensten (22%), de sector vervoer en opslag (21%) en de sector landbouw, bosbouw en visserij (21%).

    De 6 kleinste sectoren zijn niet opgenomen in de grafiek wegens te lage betrouwbaarheid.

  • In Vlaams Gewest meer werkenden in categorie ‘gezondheidszorg en welzijn’ dan EU-gemiddelde, minder in ‘industrie, bouw, energie en delfstoffen’

    Voor de vergelijking van het Vlaamse Gewest met de andere gewesten in België en de EU-landen worden de 21 sectoren geaggregeerd tot 6 grote categorieën.

    In 2018 was in het Vlaamse Gewest 24% van de werkenden actief in de categorie ‘industrie, bouw, energie en delfstoffen’. Dat is meer dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (12%) en het Waalse Gewest (21%), maar lager dan het EU-gemiddelde (28%). Er zijn grote verschillen tussen de EU-landen. Roemenië kende met 50% het hoogste percentage in deze categorie, Luxemburg (13%) het laagste.

    Het aandeel van de categorie ‘handel, vervoer, opslag en reparatie’ lag in het Vlaamse Gewest in 2018 op 19%, tegenover 15% in Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, 17% in het Waalse Gewest en 19% in de hele EU. De verschillen tussen de EU-landen zijn beperkt.

    De categorie ‘zakelijke en andere dienstverlening’ was in het Vlaamse Gewest goed voor 20% van de werkenden. Dat aandeel lag iets hoger dan in het Waalse Gewest (19%) maar veel lager dan in Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (32%). Het Vlaamse Gewest scoorde even hoog als het EU-gemiddelde (20%). Er zijn grote verschillen tussen de EU-landen. Luxemburg (33%) kende het hoogste aandeel voor deze categorie, Roemenië (11%) het laagste.

    In 2018 lag het aandeel van de categorie ‘gezondheidszorg en welzijn’ in het Vlaamse Gewest op 16%, iets hoger dan in het Waalse Gewest (15%) en beduidend hoger dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (11%) en de hele EU (11%). Opnieuw zijn de verschillen tussen de EU-landen groot. Denemarken (19%) kende het hoogste aandeel voor deze categorie, Roemenië (5%) het laagste.

    De categorie ‘onderwijs, kunst en recreatie’ vertegenwoordigde in het Vlaamse Gewest bijna 14% van de werkenden. Dat is iets minder dan in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (15%) en het Waalse Gewest (16%). De Vlaamse score is gelijk aan het EU-gemiddelde (14%). In Malta (21%) lag het aandeel van deze categorie het hoogst, in Roemenië (8%) het laagst.

    In het Vlaamse Gewest was in 2018 7% van de werkende bevolking actief in de categorie ‘overheid en sociale zekerheid’, tegenover 15% in Brusselse Hoofdstedelijke Gewest, 12% in het Waalse Gewest en 7% in de hele EU. De verschillen tussen de EU-landen zijn groot. Luxemburg (18%) had het hoogste aandeel voor deze categorie, Finland (5%) het laagste.

Bronnen

Statbel: Arbeidsmarkt - EAK
Eurostat: Database

Definities

Economische sectoren: de economische sectoren worden ingedeeld op basis van de internationale classificatie NACE-2008.
Voor de vergelijking van het Vlaamse Gewest met de andere gewesten in België en de EU-landen worden de 21 sectoren van NACE-2008 geaggregeerd tot 6 grote categorieën.

 

 

Publicatiedatum

9 januari 2020

Volgende update

juni 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies