Uitgaven

  • Uitgaven Vlaamse overheid gestegen tot bijna 44 miljard euro

    De ESR-uitgaven van de Vlaamse overheid bedroegen in 2018 43,7 miljard euro. Ten opzichte van 2017 is dat een toename met 3%. De sterke stijging van de uitgaven in het jaar 2015 (+36%) hing samen met de overheveling van een aantal federale bevoegdheden naar het Vlaamse niveau, als gevolg van de zesde staatshervorming. Er kwamen bevoegdheden bij op het vlak van arbeidsmarkt, gezinsbijslag, gezondheidszorg, justitie en verkeer.

  • Uitgaven gemeentebesturen stegen in 2018 met 12%

    De totale uitgaven van de gemeentebesturen in het Vlaamse Gewest bedroegen in 2018 bijna 13 miljard euro, of ongeveer 2.000 euro per inwoner. Daarmee domineren ze veruit de uitgaven van de lokale overheden.

    De (gemiddelde) groei van de uitgaven van de gemeentebesturen bedroeg in 2018 ten opzichte van 2017 12%.

  • Grote verschillen tussen de andere lokale besturen

    Er zijn grote verschillen in de uitgaven tussen de andere lokale besturen naast de gemeentebesturen. De uitgaven van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW’s) kwamen op 3,6 miljard euro of 500 euro per inwoner. De uitgaven van de overige types van lokale overheden (provinciebesturen, autonome gemeentebedrijven (AGB’s), OCMW-verenigingen, autonome provinciebedrijven (APB’s) en Antwerpse districten) zijn lager. Hun uitgaven varieerden in 2018 van 1,1 miljard euro bij de provinciebesturen tot 50 miljoen euro bij de Antwerpse districten.

    Bij de andere lokale besturen varieerde de groei in 2018 tussen +57% bij de OCMW-verenigingen en -5% bij de OCMW’s. Bij de provinciebesturen en APB’s is de verandering klein. De AGB’s (+10%) en de districten (+21%) noteerden een sterkere groei.

  • Lopende uitgaven goed voor 92% uitgaven Vlaamse overheid

    De lopende uitgaven maakten in 2018 het grootste deel uit van de Vlaamse uitgaven (92%). De resterende 8% zijn kapitaaluitgaven, dat wil zeggen investeringen in ruime zin.

    Zowel de lopende als de kapitaaluitgaven vallen uiteen in de uitgaven voor de werking van de Vlaamse overheid zelf (onder meer personeelskosten en ICT-uitgaven) en de overdrachten aan andere overheden of aan andere sectoren zoals gezinnen en ondernemingen. Bij de lopende uitgaven zijn de uitgaven voor de Vlaamse overheid zelf zijn veel minder omvangrijk dan de overdrachten aan derden. Bij de kapitaaluitgaven zijn beide categorieën ongeveer even groot. Van de lopende uitgaven ging in 2018 24% naar de Vlaamse overheid zelf (inclusief renten), 33% naar andere overheden en 43% naar andere sectoren. In 2018 ging 50% van de kapitaaluitgaven naar de Vlaamse overheid zelf (investeringen), 20% ging naar andere overheden en 30% naar andere sectoren.

  • Exploitatie-uitgaven vormen grootste deel uitgaven lokale overheden

    De uitgaven van de lokale overheden vallen uiteen in 3 groepen: de exploitatie-uitgaven, de investeringsuitgaven en de financieringsuitgaven. De exploitatie-uitgaven en investeringsuitgaven komen ruwweg overeen met de lopende en de kapitaaluitgaven van de Vlaamse overheid. De financieringsuitgaven (hoofdzakelijk de terugbetaling van leningen) worden niet meegerekend in de ESR-uitgaven van de Vlaamse overheid.

    Ook bij de lokale overheden vormen de exploitatie-uitgaven de grootste groep. Hun aandeel in de totale uitgaven was in 2018 het grootst voor de APB’s (91%), de OCMW’s (86%) en de OCMW-verenigingen (81%). Alleen in de Antwerpse districten zijn de lopende uitgaven minder belangrijk (20%).

    Binnen de (totale) uitgaven wegen de bezoldigingen, sociale lasten en pensioenen het zwaarst door. Hun aandeel is het hoogst bij de APB’s (56%) en het laagst bij de gemeentebesturen (31%). De Antwerpse districten vormen een geval apart, aangezien hun personeelsuitgaven grotendeels door de gemeente worden gedragen. Zoals de lopende uitgaven van de Vlaamse overheid omvatten de exploitatie-uitgaven ook overdrachten aan andere overheden en aan ondernemingen en gezinnen, dat zijn de toegestane 
    werkingssubsidies.

  • Onderwijs grootste uitgavenpost Vlaamse overheid, algemeen bestuur bij gemeentebesturen

    Bij de Vlaamse overheid vormden in 2018 de uitgaven voor onderwijs de grootste uitgavenpost: zij waren goed voor 27% van de totale ESR-uitgaven. De domeinen sociale bescherming (23%), economische zaken (18%, inclusief mobiliteit), algemeen overheidsbestuur (15%) en gezondheid (6%) vervolledigen de top 5.

    Bij de gemeentebesturen wogen in 2018 de uitgaven voor algemeen overheidsbestuur het zwaarst door (30%). Daarna volgden recreatie, cultuur en godsdienst (15%) en economische zaken (14%). Bij de OCMW’s domineren uitgaven voor sociale bescherming (44%) en gezondheid (32%), gevolgd door algemeen overheidsbestuur (22%).

  • Hoogste gemeente-uitgaven per inwoner in grotere steden, randgemeenten en kuststreek

    In 2018 varieerde het uitgavenniveau van de gemeentebesturen van iets minder dan 820 euro (Schilde) tot ruim 5.900 euro (Gent) per inwoner. In de grotere steden, hun randgemeenten en in de kuststreek lagen de uitgaven per inwoner meestal hoger. In de meer landelijke gebieden is het uitgavenpeil lager.

Bronnen

Agentschap Binnenlands Bestuur: BBC-data op maat
Departement Financiën en Begroting: Vlaamse Begroting en Rekening

Definities

ESR-uitgaven: De uitgaven die geconsolideerd zijn over alle entiteiten die volgens de ESR-regels (Europees Stelsel van Rekeningen) binnen de perimeter van de Vlaamse overheid vallen. Consolidatie betekent dat binnen die perimeter de interne stromen (ontvangsten en uitgaven) niet worden meegeteld. ESR is de Europese standaard voor nationale en regionale rekeningen.

Publicatiedatum

21 november 2019

Volgende update

november 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies