Uren beroepsarbeid per week

  • Vlaamse werkende bevolking werkt gemiddeld 38 uur per week

    In 2018 lag het gemiddeld aantal werkuren of uren beroepsarbeid per week van de Vlaamse werkende bevolking van 20 tot 64 jaar op 38,0 uur. Hierbij wordt alleen rekening gehouden met de hoofdactiviteit van de werkenden, niet met eventuele nevenactiviteiten. Tussen 1999 en 2018 schommelde het aantal werkuren tussen 37,5 en 38,5 uur per week.

  • Voltijds werkenden doen 43 uur per week, deeltijds werkenden 25 uur

    Voltijds werkenden (meer dan 35 werkuren per week) werkten in 2018 gemiddeld 42,9 uur per week. Het gemiddeld aantal werkuren van deeltijds werkenden (35 of minder uren per week) lag op 25,2 uur.

    In de periode 1999-2018 schommelde het aantal werkuren van voltijds werkenden tussen 42,5 uur en 43,6 uur per week. Bij deeltijds werkenden bedroeg het aantal werkuren in 1999 22,6 uur per week. Dat aantal steeg sindsdien bijna continu.

  • Werkende vrouwen doen bijna 8 uur per week minder dan werkende mannen

    Het aantal werkuren van werkende mannen bedroeg in 2018 gemiddeld 41,5 uur per week. Dat aantal schommelde in de beschouwde periode tussen 41,2 uur en 42,4 uur per week.

    Bij werkende vrouwen lag het aantal werkuren in 2018 op 33,9 uur per week, tegenover 32,8 uur in 1999. Het aantal uren schommelde in de periode 1999-2018 tussen 32,8 uur en 33,9 uur per week.

    Het verschil tussen werkende mannen en vrouwen is tussen 1999 en 2018 met 0,8 uur gedaald: van 8,4 uur per week in 1999 tot 7,6 uur in 2018.

  • Meer vrouwen werken deeltijds, meer mannen werken voltijds of meer

    Zowel bij mannen als bij vrouwen werkte in 2018 de grootste groep tussen 36 en 40 uur. Bij mannen (62,4%) lag dat aandeel veel hoger dan bij vrouwen (41,8%).

    Veel meer vrouwen dan mannen werkten deeltijds (35 of minder uren week): 46,6% van de vrouwen tegenover 11,4% van de mannen. Bij vrouwen werkte 1,6% 1 tot 10 uur per week, 14,0% werkte 11 tot 20 uur per week, 19,9% werkte 21 tot 30 uur en 11,1% werkte 31 tot 35 uur. Bij mannen was dat respectievelijk 0,8%, 2,7%, 4,3% en 3,6%.

    Aan de andere kant presteerden meer mannen dan vrouwen meer dan 40 uur per week: 26,2% van de mannen tegenover 11,5% van de vrouwen. Bij mannen werkte 15,1% 41 tot 50 uur per week, 6,6% werkte 51 tot 60 uur, 2,2% werkte 61 tot 70 uur en 2,3% werkte meer dan 70 uur. Bij vrouwen lagen die percentages duidelijk lager, respectievelijk op 7,9%, 2,2%, 0,7% en 0,8%.

  • Werkende 55-plussers doen iets minder werkuren dan jongere leeftijdsgroepen

    Het aantal werkuren lag in 2018 bij 20- tot 34-jarigen gemiddeld op 37,8 uur per week, bij 35- tot 44-jarigen op 38,2 uur, bij 45- tot 54-jarigen op 38,8 uur en bij 55-plussers op 36,3 uur.

    Bij de 20- tot 34-jarigen lag het aantal werkuren in 2018 op het zelfde niveau als in 1999. Bij de 35- tot 44-jarigen en de 45- tot 54-jarigen is het aantal werkuren tussen 1999 en 2018 licht gestegen. Alleen bij de 55-plussers is het aantal werkuren gedaald in de beschouwde periode, van 38,6 uur per week in 1999 tot 36,3 uur in 2018.

  • Minder werkuren bij laaggeschoolden

    Het aantal werkuren bedroeg in 2018 bij werkende hooggeschoolden gemiddeld 39,0 uur per week, bij middengeschoolden 37,8 uur en bij laaggeschoolden 36,0 uur.

    Het verschil tussen hooggeschoolden en laaggeschoolden bedroeg in 2018 3,0 uur per week. In 1999 was het aantal werkuren van beide groepen nog gelijk.

  • Zelfstandigen presteren veel meer werkuren dan werknemers

    Zelfstandigen werkten in 2018 gemiddeld 51,4 uur per week, terwijl werknemers 36,0 uur per week actief waren. Bij zelfstandigen daalde het aantal werkuren vrij fors sinds 2003. Bij werknemers is het vrijwel constant gebleven tussen 1999 en 2018.

    Het verschil tussen zelfstandigen en werknemers bedroeg in 2018 15,4 uur per week, tegenover 19,0 uur in 1999.

  • Minder werkuren bij werkenden met hinder door handicap of langdurig gezondheidsprobleem

    In 2018 presteerden werkende personen met hinder wegens een handicap of langdurig gezondheidsprobleem gemiddeld 34,0 uur per week. Dat is nagenoeg gelijk aan het aantal werkuren in 2009. Personen zonder hinder werkten 38,3 uur per week in 2018, evenveel als in 2009. 

    Het verschil tussen de 2 groepen schommelde tussen 3 en 5 uur per week in de beschouwde periode.

  • Aantal werkuren in Vlaams Gewest iets hoger dan EU-gemiddelde

    Het Vlaamse Gewest scoorde in 2018 met 38,0 werkuren per week iets hoger dan het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (37,2 uur) en het Waalse Gewest (37,5 uur).

    In de Europese Unie (EU) bedroeg het aantal werkuren in 2018 gemiddeld 37,5 uur per week. In het Vlaamse Gewest lag het aantal werkuren dus iets hoger dan het EU-gemiddelde.
    In Griekenland, Bulgarije, Polen, Tsjechië, Portugal en Slovakije lag het aantal werkuren per week hoger dan 40 uur. Nederland kende het laagste aantal werkuren per week (32,2 uur),
    voorafgegaan door Denemarken (34,7 uur) en Duitsland (35,5 uur).

Bronnen

Definities

Uren beroepsarbeid: het aantal werkuren dat werkenden gewoonlijk per week presteren in de hoofdactiviteit. Met eventuele nevenactiviteiten wordt hier geen rekening gehouden.

Werkende bevolking: volgens de definities van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) is een persoon werkend indien die tijdens de referentieweek minstens een uur heeft gewerkt voor loon of winst of gezinswinst of indien die tijdens de referentieweek niet aan het werk was, maar een baan of een eigen bedrijf had waar die tijdelijk niet aanwezig was.

Publicatiedatum

20 juni 2019

Volgende update

juni 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies