Uren beroepsarbeid per week

  • Werkenden gemiddeld 38 uur per week aan de slag

    In 2019 lag het gemiddeld aantal werkuren of uren beroepsarbeid per week van de Vlaamse werkende bevolking van 20 tot 64 jaar op 38,0 uur. Hierbij wordt alleen rekening gehouden met de hoofdactiviteit van de werkenden, niet met eventuele nevenactiviteiten. Tussen 1999 en 2018 schommelde het aantal werkuren tussen 37,5 en 38,7 uur per week.

  • Voltijds werkenden doen 43 uur per week, deeltijds werkenden 25 uur

    Voltijds werkenden (meer dan 35 werkuren per week) werkten in 2019 gemiddeld 43,0 uur per week. In de periode 1999-2019 schommelde het aantal werkuren van deze groep tussen 42,6 uur en 43,7 uur per week.

    Het gemiddeld aantal werkuren van deeltijds werkenden (35 of minder uren per week) lag in 2019 op 25,3 uur, tegenover 22,6 uur per week in 1999.

  • Vrouwen werken 7 uur per week minder dan mannen

    Het aantal werkuren van werkende mannen bedroeg in 2019 gemiddeld 41,5 uur per week. Dat aantal schommelde tussen 1999 en 2019 tussen 41,2 uur en 42,4 uur per week.

    Bij werkende vrouwen lag het aantal werkuren in 2019 op 34,2 uur per week tegenover 32,8 uur in 1999.

    Het verschil tussen werkende mannen en vrouwen is tussen 1999 en 2019 gedaald van 8,4 uur per week in 1999 tot 7,3 uur in 2019.

  • Vrouwen werken vaker deeltijds, mannen vaker voltijds of meer

    Zowel bij mannen als bij vrouwen werkte in 2019 de grootste groep tussen 36 en 40 uur. Bij mannen (62,2%) lag dat aandeel veel hoger dan bij vrouwen (42,1%).

    Veel meer vrouwen dan mannen werkten deeltijds (35 of minder uren week): 46,0% van de vrouwen tegenover 11,7% van de mannen.

    Aan de andere kant presteerden meer mannen dan vrouwen meer dan 40 uur per week: 26,1% van de mannen tegenover 11,9% van de vrouwen.

  • 55-plussers werken iets minder uren dan jongere leeftijdsgroepen

    Het aantal werkuren lag in 2019 bij 20- tot 34-jarigen gemiddeld op 37,9 uur per week, bij 35- tot 44-jarigen op 38,4 uur, bij 45- tot 54-jarigen op 39,0 uur en bij 55-plussers op 36,3 uur.

    Bij de 20- tot 34-jarigen lag het aantal werkuren in 2019 op het zelfde niveau als in 1999. Bij de 35- tot 44-jarigen en de 45- tot 54-jarigen is het aantal werkuren tussen 1999 en 2019 licht gestegen. Alleen bij de 55-plussers is het aantal werkuren gedaald, met iets meer dan 2 uur per week sinds 1999.

  • Iets minder werkuren bij laaggeschoolden

    Het aantal werkuren bedroeg in 2019 bij hooggeschoolde werkenden (25- tot 64-jarigen) gemiddeld 39,2 uur per week, bij middengeschoolden 37,7 uur en bij laaggeschoolden 36,6 uur.
    Het verschil tussen hooggeschoolden en laaggeschoolden bedroeg in 2019 2,6 uur per week. In 1999 was het aantal werkuren van beide groepen nog gelijk.

  • Zelfstandigen presteren veel meer werkuren dan werknemers

    Het aantal werkuren bedroeg in 2019 bij hooggeschoolde werkenden (25- tot 64-jarigen) gemiddeld 39,2 uur per week, bij middengeschoolden 37,7 uur en bij laaggeschoolden 36,6 uur.

    Het verschil tussen hooggeschoolden en laaggeschoolden bedroeg in 2019 2,6 uur per week. In 1999 was het aantal werkuren van beide groepen nog gelijk.

  • Laagste aantal werkuren bij alleenstaanden met kinderen

    In 2019 lag het aantal werkuren bij alleenstaanden zonder kinderen ten laste op 39,1 uur per week tegenover 38,7 uur in 2012.

    Alleenstaanden met kinderen werkten in 2019 gemiddeld 36,4 uur per week, iets meer dan in 2012 (35,7 uur).

    Bij koppels zonder kinderen lag het aantal werkuren per week in 2019 op 37,6 uur, even hoog als in 2012.

    Koppels met kinderen werkten in 2019 38,6 uur per week, iets meer dan in 2012 (38,0 uur).

  • Minder werkuren bij werkenden met hinder door handicap of langdurig gezondheidsprobleem

    In 2019 presteerden werkende personen met hinder wegens een handicap of langdurig gezondheidsprobleem gemiddeld 33,6 uur per week, iets minder dan in 2009 (34,1 uur). Personen zonder hinder werkten 38,7 uur per week in 2019, iets meer dan in 2009 (38,3 uur).

    Het verschil tussen de 2 groepen bedroeg 5 uur per week in 2019 en schommelde tussen 3 en 5 uur per week in de beschouwde periode.

  • Aantal werkuren in Vlaams Gewest iets hoger dan EU-gemiddelde

    Het Vlaamse Gewest scoorde in 2019 met gemiddeld 38,0 werkuren per week iets hoger dan het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (37,2 uur), het Waalse Gewest (37,1 uur) en België als geheel (37,7 uur).

    In de Europese Unie met het Verenigd Koninkrijk (EU28) en zonder het Verenigd Koninkrijk (EU27) bedroeg het aantal werkuren in 2019 gemiddeld 37,5 uur per week. In het Vlaamse Gewest lag het aantal werkuren dus iets hoger dan het EU-gemiddelde.
    In Griekenland (41,7 uur) lag het aantal werkuren het hoogst, gevolgd door Polen (40,6 uur) en Bulgarije (40,5 uur). Nederland kende het laagste aantal werkuren per week (32,3 uur), voorafgegaan door Denemarken (34,6 uur) en Duitsland (35,4 uur).

Bronnen

Definities

Uren beroepsarbeid: het aantal werkuren dat werkenden gewoonlijk per week presteren in de hoofdactiviteit. Met eventuele nevenactiviteiten wordt hier geen rekening gehouden.

Werkende bevolking: volgens de definities van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) is een persoon werkend indien die tijdens de referentieweek minstens een uur heeft gewerkt voor loon of winst of gezinswinst of indien die tijdens de referentieweek niet aan het werk was, maar een baan of een eigen bedrijf had waar die tijdelijk niet aanwezig was.

Publicatiedatum

7 mei 2020

Volgende update

mei 2021

Meer cijfers

Contact

Vorige versies