Uren beroepsarbeid per week

  • Werkenden gemiddeld 38 uur per week aan de slag

    In 2020 lag het gemiddeld aantal werkuren of uren beroepsarbeid per week van de Vlaamse werkende bevolking van 20 tot 64 jaar op 38,0 uur. Hierbij wordt alleen rekening gehouden met de hoofdactiviteit van de werkenden, niet met eventuele nevenactiviteiten. Tussen 1999 en 2020 lag het aantal werkuren telkens tussen 37,5 en 38,7 uur per week. 

  • Voltijds werkenden doen 43 uur per week, deeltijds werkenden 25 uur

    Voltijds werkenden (meer dan 35 werkuren per week) werkten in 2020 gemiddeld 42,9 uur per week. In de periode 1999-2020 lag het aantal werkuren van deze groep continu tussen 42,6 uur en 43,7 uur per week. 

    Het gemiddeld aantal werkuren van deeltijds werkenden (35 of minder uren per week) steeg van 22,6 uur per week in 1999 tot 25,4 uur in 2020.  

  • Vrouwen werken 7 uur per week minder dan mannen

    Het aantal werkuren van werkende mannen bedroeg in 2020 gemiddeld 41,4 uur per week. Dat aantal lag in de periode 1999-2020 telkens tussen 41,2 uur en 42,4 uur per week. Bij werkende vrouwen steeg het aantal werkuren van 32,8 uur per week in 1999 tot 34,2 uur in 2020. Het verschil tussen mannen en vrouwen daalde van 8,4 uur per week in 1999 tot 7,2 uur in 2020.

  • Vrouwen werken vaker deeltijds, mannen vaker voltijds of meer

    Bij mannen werkte in 2020 veruit de grootste groep (62,5%) tussen 36 en 40 uur. Bij vrouwen presteerde ook het grootste deel 36 tot 40 uur per week, maar dat aandeel lag met 42,3% veel lager dan bij mannen. Veel meer vrouwen dan mannen werkten deeltijds (35 of minder uren week): 45,9% van de vrouwen tegenover 11,8% van de mannen. Aan de andere kant presteerden 25,7% van de mannen meer dan 40 uur per week, tegenover 11,8% van de vrouwen.

  • 55-plussers werken iets minder uren dan jongere leeftijdsgroepen

    Het aantal werkuren lag in 2020 bij 20- tot 34-jarigen gemiddeld op 37,9 uur per week, bij 35- tot 44-jarigen op 38,5 uur en bij 45- tot 54-jarigen op 38,7 uur. De 55-plussers werkten gemiddeld 36,5 uur per week, ongeveer 2 uur minder dan de jongere leeftijdsgroepen. Bij de 20- tot 34-jarigen lag het aantal werkuren in 2020 nagenoeg op het zelfde niveau als in 1999. Bij de 35- tot 44-jarigen en de 45- tot 54-jarigen was er tussen 1999 en 2020 een stijging met ongeveer 1 uur per week. Bij de 55-plussers daalde het aantal werkuren met 2 uur per week sinds 1999.

  • Iets minder werkuren bij laaggeschoolden

    In de leeftijdsgroep 25 tot 64 jaar bedroeg het aantal werkuren in 2020 bij hooggeschoolde werkenden gemiddeld 39,0 uur per week. Bij middengeschoolden was dat 37,8 uur en bij laaggeschoolden 36,5 uur. Het verschil tussen hooggeschoolden en laaggeschoolden lag in 2020 op 2,4 uur per week. In 1999 was het aantal werkuren van beide groepen nog gelijk.

  • Zelfstandigen presteren veel meer werkuren dan werknemers

    Zelfstandigen werkten in 2020 gemiddeld 51,4 uur per week, terwijl werknemers gemiddeld 36,0 uur per week actief waren in hun hoofdactiviteit. Werknemers met een voltijdse baan presteerden in 2020 gemiddeld 40,5 uur per week. Bij zelfstandigen daalde het aantal werkuren van 56,7 uur per week in 2003 tot 51,4 uur in 2020. Bij werknemers en werknemers met een voltijdse baan bleef het aantal werkuren vrijwel constant tussen 1999 en 2020. Het verschil tussen zelfstandigen en voltijds werkende werknemers daalde van 14,5 uur per week in 1999 tot 10,9 uur in 2020.

  • Lager aantal werkuren bij alleenstaanden met kinderen

    In 2020 waren werkende alleenstaanden zonder kinderen ten laste 38,5 uur per week aan de slag. Alleenstaanden met kinderen werkten 35,6 uur per week. Bij koppels zonder kinderen lag het aantal werkuren per week in 2020 op 37,9 uur en bij koppels met kinderen op 38,2 uur per week. Tussen 2012 en 2020 bleef het aantal werkuren per week voor de 4 huishoudtypes bijna constant.

  • Minder werkuren bij werkenden met hinder door handicap of langdurig gezondheidsprobleem

    In 2020 presteerden werkende personen met hinder wegens een handicap of langdurig gezondheidsprobleem gemiddeld 34,0 uur per week. In de periode 2009-2020 schommelde dat aantal licht. Personen zonder hinder werkten in 2020 gemiddeld 38,4 uur. Bij deze groep bleef het aantal werkuren iets constanter, tussen 38,1 en 38,7 uur per week. Het verschil tussen de 2 groepen bedroeg in 2020 4,4 uur per week en schommelde in de periode 2009-2020 tussen 3,3 en 5,1 uur per week.

  • Aantal werkuren in Vlaams Gewest iets hoger dan EU-gemiddelde

    Het Vlaamse Gewest scoorde in 2020 met gemiddeld 38,0 werkuren per week iets hoger dan het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (37,2 uur), het Waalse Gewest (37,1 uur) en België als geheel (37,7 uur). In de Europese Unie (EU27) bedroeg het aantal werkuren in 2020 gemiddeld 37,4 uur per week. In het Vlaamse Gewest lag het aantal werkuren dus iets hoger dan het EU-gemiddelde. In Griekenland (41,8 uur) lag het aantal werkuren het hoogst, gevolgd door Bulgarije (40,5 uur) en Tsjechië (40,3 uur). Nederland kende het laagste aantal werkuren per week (32,0 uur), voorafgegaan door Denemarken (34,7 uur) en Duitsland (35,3 uur).

Bronnen

Definities

Uren beroepsarbeid: het aantal werkuren dat werkenden gewoonlijk per week presteren in de hoofdactiviteit. Met eventuele nevenactiviteiten wordt hier geen rekening gehouden.

Werkende bevolking: volgens de definities van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) is een persoon werkend indien die tijdens de referentieweek minstens een uur heeft gewerkt voor loon of winst of gezinswinst of indien die tijdens de referentieweek niet aan het werk was, maar een baan of een eigen bedrijf had waar die tijdelijk niet aanwezig was. Ook de meewerkende familieleden worden tot de werkenden gerekend.

Publicatiedatum

20 april 2021

Volgende update

april 2022

Meer cijfers

Contact

Vorige versies