Vroegtijdige schoolverlaters (op basis van administratieve data)

  • Bijna 12% verlaat secundair onderwijs zonder diploma

    In het schooljaar 2017-2018 verliet volgens de administratieve gegevens van het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming 11,9% van de leerlingen het secundair onderwijs zonder diploma. Dit zijn schoolverlaters zonder kwalificatie met een beroepsfinaliteit of met een finaliteit van doorstroom naar het hoger onderwijs. Het percentage vroegtijdige schoolverlaters kende tussen de schooljaren 2009-2010 en 2014-2015 een dalend verloop. Daarna nam het percentage leerlingen dat het secundair onderwijs verlaat zonder diploma opnieuw toe.

  • Grote verschillen tussen de onderwijsvormen

    In het ASO verlaat 2,7% vroegtijdig de schoolbanken, in het TSO 7,7%. In het KSO en BSO gaat het om respectievelijk 14,0% en 18,0%. In het DBSO verlaten ruim 6 op de 10 jongeren het onderwijs vroegtijdig.

  • Vroegtijdig schoolverlaten sterk gelinkt aan schoolse achterstand

    Slechts 1% van de jongeren zonder schoolse achterstand verlaat de schoolbanken zonder diploma. Het feit dat jongeren in ons land tot 18 jaar leerplichtig zijn, speelt hier een belangrijke rol. Op die leeftijd zitten normaal vorderende jongeren in hun laatste jaar of hebben ze hun laatste jaar al afgerond.

    Bij jongeren met 1 jaar schoolse achterstand verlaat 14% vroegtijdig de schoolbanken. De kans op vroegtijdig schoolverlaten neemt sterk toe met elk bijkomend jaar schoolse achterstand. Ongeveer de helft van de jongeren met minstens 2 jaar schoolse achterstand geraakt niet tot aan de eindmeet.

  • Meer jongens dan meisjes verlaten vroegtijdig de schoolbanken

    Bijna 15% van de jongens verlaat vroegtijdig de schoolbanken tegenover minder dan 9% van de meisjes. De stijgende trend van de laatste jaren is iets sterker bij jongens dan bij meisjes, waardoor de kloof tussen beide geslachten groter is geworden.

  • Grote verschillen naar thuistaal en opleidingsniveau moeder

    Bij de jongeren die thuis met geen enkel gezinslid Nederlands spreken ligt de kans op vroegtijdig schoolverlaten meer dan 3 keer zo hoog als bij jongeren die thuis uitsluitend Nederlands spreken (respectievelijk 26,8% en 7,5%).

    De verschillen naargelang het opleidingsniveau van de moeder zijn nog sterker. Bij jongeren waarvan de moeder een diploma hoger onderwijs heeft, verlaat 4,3% vroegtijdig de schoolbanken. Bij jongeren waarvan de moeder geen diploma lager onderwijs heeft, loopt dit op tot 34,2%.

  • Jongeren in centrumsteden hebben hogere kans op vroegtijdig schoolverlaten

    18,0% van de jongeren die in de centrumsteden of het Brussels Gewest wonen, verlaten de schoolbanken zonder diploma.

    In Roeselare en Brugge liggen de percentages net onder het Vlaams gemiddelde (11,9%). In de grotere centrumsteden Antwerpen, Brussel en Gent lopen de percentages op tot 20% en meer.

    De verschillen tussen de steden vallen voor een groot stuk samen met verschillen in de leerlingenpopulatie. Steden als Antwerpen, Brussel en Gent hebben relatief grote aandelen leerlingen met een kansarm profiel.

  • In absolute aantallen meer vroegtijdige schoolverlaters buiten centrumsteden dan in centrumsteden

    In de niet-centrumsteden bedraagt het percentage vroegtijdige schoolverlaters gemiddeld 9,5%. In absolute aantallen zijn er wel meer vroegtijdige schoolverlaters in de gemeenten en niet-centrumsteden (4.707) dan in de centrumsteden (3.174).

Bronnen

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming: Vroegtijdig schoolverlaten in het Vlaams secundair onderwijs

Publicatiedatum

30 maart 2020

Volgende update

maart 2021

Meer cijfers

Contact

Vorige versies