Werkzaamheidsgraad

  • 75,5% van Vlaamse 20- tot 64-jarigen aan het werk

    In 2019 lag de werkzaamheidsgraad bij de bevolking van 20 tot 64 jaar in het Vlaamse Gewest op 75,5%. Dat betekent dat 75,5% van de 20- tot 64-jarigen een betaalde baan had. De werkzaamheidsgraad is de afgelopen jaren gestaag toegenomen: in 1999 ging het om 67,3%.

  • Werkzaamheidsgraad sterker gestegen bij vrouwen dan bij mannen

    De werkzaamheidsgraad bij Vlaamse mannen lag in 2019 op 79,3%. Dat is duidelijk hoger dan bij vrouwen (71,5%). Bij vrouwen steeg de werkzaamheidsgraad tijdens de afgelopen jaren wel sterker dan bij mannen. Bij mannen lag de werkzaamheidsgraad in 1999 op 77,1%, bij vrouwen op 57,3%.

  • Laagste werkzaamheidsgraad maar sterkste stijging bij 55-plussers

    De werkzaamheidsgraad van personen van 55 tot 64 jaar lag in de hele periode van 1999 tot 2019 veel lager dan deze van de andere leeftijdsgroepen. De werkzaamheidsgraad van deze leeftijdsgroep steeg wel het sterkst: van 23,7% in 1999 tot 54,9% in 2019.

    Bij de 45- tot 54-jarigen steeg het aandeel werkenden van 68,4% in 1999 tot 85,6% in 2019.

    De werkzaamheidsgraad van 35- tot 44-jarigen steeg van 83,7% in 1999 tot 88,1% in 2018, maar daalde licht tot 87,0% in 2019.

    Bij jongeren van 20 tot 34 jaar ten slotte daalde de werkzaamheidsgraad van 76,9% in 1999 tot 75,3% in 2019.

  • Laagste werkzaamheidsgraad bij laaggeschoolden

    In de hele periode zijn er grote verschillen naar onderwijsniveau. De werkzaamheidsgraad bij laaggeschoolden van 25 tot 64 jaar bedroeg 54,3% in 2019, tegenover 52,0% in 1999. Bij middengeschoolde personen lag de werkzaamheidsgraad in 2019 op 77,9% en bij hooggeschoolden op 88,6%.

  • Hoogste werkzaamheidsgraad bij koppels met kinderen

    In 2019 lag de werkzaamheidsgraad bij alleenstaanden zonder kinderen ten laste op 71,2%. In 2012 ging het om 66,8%. Bij alleenstaanden met kinderen kende de werkzaamheidsgraad een gelijkaardige evolutie en steeg van 65,8% in 2012 tot 72,9% in 2019.

    Koppels zonder kinderen hadden in 2019 een werkzaamheidsgraad van 68,6%, tegenover 61,5% in 2012. Bij koppels met kinderen steeg de werkzaamheidsgraad van 79,8% in 2012 tot 82,3% in 2019.

  • Zeer lage werkzaamheidsgraad bij personen met hinder door handicap of langdurig gezondheidsprobleem

    In 2019 lag de werkzaamheidsgraad bij personen met hinder wegens een handicap of langdurig gezondheidsprobleem op 45,6%, tegenover 37,5% in 2009. Bij personen zonder hinder steeg de werkzaamheidsgraad van 76,0% in 2009 tot 81,2% in 2019.

  • Lagere werkzaamheidsgraad bij personen geboren buiten de EU

    In 2019 lag de werkzaamheidsgraad bij personen geboren buiten de Europese Unie (EU) op 61,9%, tegenover 51,4% in 2007. Bij personen geboren in België steeg de werkzaamheidsgraad van 73,1% in 2007 tot 76,9% in 2019. Personen die in een ander EU-land zijn geboren hadden in 2019 een werkzaamheidsgraad van 75,9%, tegenover 64,3% in 2007.

  • Vlaamse werkzaamheidsgraad iets boven EU-gemiddelde

    In 2019 lag de Vlaamse werkzaamheidsgraad (75,5%) duidelijk hoger dan in de andere gewesten. In het Waalse Gewest ging het om 64,6%, in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om 61,7% en in België in zijn geheel om 70,5.

    In de Europese Unie met het Verenigd Koninkrijk (EU28) bedroeg de werkzaamheidsgraad in 2019 gemiddeld 73,9%. In de Europese Unie zonder het Verenigd Koninkrijk (EU27) ging het om 73,1%. Het Vlaamse Gewest scoort hoger dan het EU28- en EU27-gemiddelde.
    Zweden (82,1%) kende de hoogste werkzaamheidsgraad, gevolgd door Duitsland (80,6%) en Tsjechië (80,3%). In Griekenland werd de laagste werkzaamheidsgraad genoteerd (61,2%), voorafgegaan door Italië (63,5%) en Kroatië (66,7%)

Bronnen

Definities

Werkzaamheidsgraad: het aandeel van de werkende personen in de totale bevolking van een bepaalde leeftijdsgroep, volgens de bepalingen van het Internationaal Arbeidsbureau (International Labour Organisation - ILO). Personen wordt als werkend beschouwd indien zij in de referentieweek minstens een uur betaalde arbeid hebben verricht of indien ze tijdens de referentieweek niet aan het werk waren, maar een baan of een eigen bedrijf hadden waar zij tijdelijk niet aanwezig waren.

Publicatiedatum

31 maart 2020

Volgende update

maart 2021

Meer cijfers

Contact

Vorige versies