Interne migratie

  • Globaal meer interne immigraties dan emigraties in het Vlaamse Gewest

    In de loop van 2018 werden er afgerond 307.000 interne of binnenlandse immigraties geteld in het Vlaamse Gewest. Het gaat om verhuisbewegingen vanuit eender welke Belgische (dus ook Vlaamse) gemeente naar een (andere) gemeente in het Vlaamse Gewest.

    Daarnaast was er in 2018 sprake van 295.000 interne emigraties. Ook dit zijn verhuisbewegingen binnen België, maar dan vanuit een gemeente in het Vlaamse Gewest naar eender welke andere Belgische (dus ook Vlaamse) gemeente.

    Beide verhuisbewegingen leveren globaal voor het Vlaamse Gewest een positief saldo voor de interne migraties op van iets meer dan 11.500 eenheden, wat bijdraagt aan de bevolkingsgroei.

    Zowel het aantal interne immigraties naar een gemeente in het Vlaamse Gewest als het aantal interne emigraties vanuit een gemeente in het Vlaamse Gewest nemen toe in de tijd. Tussen 2000 en 2018 is het totaal van de interne immigraties toegenomen met 45%, dat van de interne emigraties met 41%. Dit leidt tot een groeiend migratieoverschot voor het Vlaamse Gewest van afgerond 2.200 eenheden in 2000 tot 11.500 eenheden in 2018.

  • Meer inwijking vanuit het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest dan vanuit het Waalse Gewest

    De uitsplitsing van de migratiestromen tussen de Belgische gewesten toont voor 2017 een omvangrijke instroom vanuit het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest naar het Vlaamse Gewest (afgerond 24.200 immigraties). Daartegenover vertrekken half zoveel mensen in de omgekeerde richting (afgerond 13.600 emigraties). Dit geeft voor het Vlaamse Gewest een positief saldo (+10.600 eenheden). Daarnaast is er sprake van een meer beperkte instroom vanuit het Waalse Gewest naar het Vlaamse Gewest (afgerond 9.500 immigraties). Het aantal bewegingen in omgekeerde richting ligt iets lager (afgerond 8.600 emigraties). Ook hier geeft dat een positief saldo voor het Vlaamse Gewest, zij het beperkter (+900 eenheden).

    De netto positieve inwijking vanuit het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest is vanaf 2014 opnieuw gestegen. Een opvallende stijging was er ook kort na de eeuwwisseling.

    De netto positieve inwijking vanuit het Waalse Gewest is een nieuw gegeven - vanaf 2016. In de jaren daarvoor (zoals tussen 2000 en 2015) was het saldo telkens negatief. 

  • Buitenlanders goed voor ongeveer 1 op de 3 migraties van en naar de andere gewesten

    Ongeveer 2 op de 3 personen die in 2017 van het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (65%) of van het Waalse Gewest (62%) naar het Vlaamse Gewest verhuisden, zijn Belgen. Dat maakt dat zowat 1 op de 3 een buitenlandse nationaliteit heeft, hetzij van een ander land binnen de EU (zonder België) of van een land daarbuiten (niet-EU). Opvallend is het overwicht van niet-EU-burgers onder de buitenlandse inwijkelingen van het Waalse naar het Vlaamse Gewest (Waals > Vlaams Gewest: 29% niet-EU-burgers in 2017; 34% in 2016). 

    In de uitwijking van het Vlaamse Gewest naar de overige gewesten zijn Belgen in 2017 dominanter aanwezig dan in de inwijking. Dat is vooral het geval bij de uitwijking naar het Waalse Gewest (78%).

  • Overwegend positieve saldi voor de interne migratie in de Vlaamse gemeenten

    3 op de 4 gemeenten van het Vlaamse Gewest laten in de periode 2016-2018 een positief saldo voor de interne migratie optekenen. Dat betekent dat er meer interne immigraties zijn dan emigraties. 

    Hoge positieve saldi in verhouding tot de bevolking (10 of meer per 1.000 inwoners) treffen we aan in gemeenten van de Vlaamse rand rond Brussel (Drogenbos, Tervuren, Hoeilaart en Overijse als toppers), een aaneengesloten gebied van gemeenten ten zuidoosten van Antwerpen (Boechout, Lier, Putte, Bonheiden), aan de kust (Blankenberge, Brede, Koksijde, De Panne) en hier en daar verspreid in het gewest (Wachtebeke, Maarkedal, Horebeke, Meise, Schelle, Wijnegem). Naar deze gemeenten verhuizen dus veel meer inwoners dan dat er uit wegtrekken. 

    Lage negatieve saldi (minder dan 10 per 1.000 inwoners) treffen we aan in gemeenten als Arendonk, Houthalen-Helchteren, Lint, Spier-Helkijn, Langemark-Poelkapelle, Herstappe). Uit deze gemeenten trekken dus veel meer inwoners weg dan dat er nieuwe naar verhuizen.

  • Hoge positieve interne migratiesaldi in Aalst, Hasselt en Oostende

    Aalst, Hasselt en Oostende zijn per saldo aantrekkelijke centrumsteden als we afstemmen op het saldo van de binnenlandse verhuisbewegingen in recente jaren (2016-2018). Grote steden als Gent, Leuven en Antwerpen anderzijds zien duidelijk meer inwoners naar elders in het land (België) vertrekken dan er bijkomen.

    In Leuven, Turnhout en Oostende waren er in de jaren 2016-2018 relatief veel binnenlandse aankomsten en vertrekken in verhouding tot de bevolking. Samengenomen levert dat een hoge interne migratie-intensiteit: de som van de totale interne immigraties en emigraties uitgedrukt per 1.000 inwoners. Voor Leuven noteren we een (voor 2016-2018 gemiddeld jaarlijkse) interne migratie-intensiteit van 116 eenheden per 1.000 inwoners. Gent (83) situeert zich in de middenmoot, terwijl Antwerpen (69) en Genk (63) in dit opzicht duidelijk minder scoren.

    Hoge interne migratie-intensiteiten per 1.000 inwoners zijn er ook in kleinere gemeenten, met Drogenbos (166), Wemmel (151) en Borsbeek (155) als toppers.

     

  • Hoge positieve totale migratiesaldi in Turnhout, Roeselare en Oostende

    In alle centrumsteden is het totaal migratiesaldo voor recente jaren (2016-2018), als som van het intern en internationaal migratiesaldo, positief. Er zijn dus in elk van die steden in totaal meer immigraties dan emigraties geteld. Vooral het (in alle centrumsteden) positieve internationale migratiesaldo draagt daartoe bij.

    Turnhout, Roeselare en Oostende plaatsen zich in dit opzicht vooraan in de rij van centrumsteden. Gent, Genk en Antwerpen staan onderaan de rij.

    Opvallend is dat Antwerpen, Gent en Leuven een relatief hoog negatief saldo voor de interne migratie combineren met een relatief hoog positief saldo voor de internationale migratie. Dat is ook aldus aan de orde in het Brusselse Hoofdstedelijk Gewest (respectievelijk gemiddeld -12,2 en +11,0 per 1.000 inwoners per jaar in 2016-2018).

Bronnen

Statistiek Vlaanderen: Loop van de bevolking
Statbel: Bevolking

Definities

Centrumsteden: in het kader van haar stedenbeleid duidde de Vlaamse overheid 13 'centrumsteden' aan. Het gaat om Aalst, Antwerpen, Brugge, Genk, Gent, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Roeselare, Sint-Niklaas en Turnhout (zie ook metadata Bevolking).

Intern migratiesaldo: de balans van de interne (binnenlandse/binnen België) immigraties en emigraties, hetzij positief (netto inwijking, inwijkingsoverschot) hetzij negatief (netto uitwijking, inwijkingstekort), vaak uitgedrukt per 1.000 inwoners.

Interne migratie-intensiteit: de som van de interne (binnenlandse/binnen België) immigraties en emigraties, uitgedrukt per 1.000 inwoners.

Gemiddelde bevolking: rekenkundig gemiddelde van de bevolking zoals opgemeten aan het begin en het einde van het kalenderjaar.

Internationaal migratiesaldo: balans van de internationale (buitenlandse/buiten België) immigraties en emigraties, hetzij positief (netto inwijking, inwijkingsoverschot) hetzij negatief (netto uitwijking, inwijkingstekort), vaak uitgedrukt per 1.000 inwoners (gemiddelde bevolking).

Totaal migratiesaldo: de som van het intern migratiesaldo en het internationaal migratiesaldo. Het duidt aan of de bevolking wel (positief saldo) of niet (negatief saldo) aangroeit als gevolg van de balans van alle in- en uitwijkingen.

 

Publicatiedatum

9 juli 2019

Volgende update

juli 2020

Meer cijfers

Contact