Personeelsleden

  • Bijna 160.000 voltijdse equivalenten uitbetaald door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming

    In het schooljaar 2016-2017 werden 159.210 voltijdse equivalenten uitbetaald door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. Het aantal budgettaire voltijdse equivalenten in het onderwijs is de jongste 7 jaren heel licht gestegen met iets meer dan 3.300.

  • Iets minder dan 60.000 voltijdse equivalenten in zowel basisonderwijs als secundair onderwijs

     

    In schooljaar 2016-2017 waren er bijna 57.000 budgettaire voltijdse equivalenten in het gewoon basisonderwijs en 59.000 in het gewoon secundair onderwijs. In het buitengewoon basis- en secundair onderwijs zijn er ongeveer 8.500 en 8.300 voltijdse equivalenten. Samen is het basis- en secundair onderwijs goed voor 85% van alle voltijdse equivalenten waarvoor een salaris wordt uitbetaald.

  • Bijna 3 op de 4 personeelsleden is vrouw

    73% van de voltijdse equivalenten is een vrouw. Daarnaast is ruim 72% vastbenoemd.

  • 44% van de jobs aan universiteiten voor onderzoekers

    Aan de Vlaamse universiteiten zijn in totaal zo’n 25.000 voltijdse eenheden aan het werk. De onderzoekers (doctoraal en post-doctoraal) vormen met meer dan 11.000 voltijdse eenheden de grootste groep. Er zijn daarnaast ook ruim 8.000 administratieve en technische medewerkers. De professoren zijn met ruim 3.500 goed voor 15% van alle jobs aan de universiteiten. Assistenten vormen de kleinste groep.

  • Bijna driekwart van professoren is man

    In totaal wordt 49% van de voltijdse jobs aan universiteiten ingenomen door vrouwen. Vooral bij de professoren zijn vrouwen in de minderheid: 72% van de professoren is een man. Ook bij de onderzoekers zijn er iets meer mannen dan vrouwen actief: 56% mannelijke onderzoekers tegenover 44% vrouwen.
    Aan de andere kant zijn er meer vrouwen dan mannen bij de assistenten (54% vrouwen) en bij het administratief en technisch personeel (62% vrouwen).

Bronnen

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming: Statistisch jaarboek van het Vlaams onderwijs
Vlaamse Interuniversitaire Raad (VLIR): Personeelsstatistieken

Definities

Assistenten: het assisterend academisch personeel (AAP) en het integratiekader onderwijzend personeel groep 2 (OP2 = assistent en doctor-assistent) en groep 1 (OP1 = praktijklector, hoofdpraktijklector, lector, hoofdlector). 

HBO5 Verpleegkunde: Op 1 september 2009 werd de vierde graad verpleegkunde afgesplitst van het secundair onderwijs en ondergebracht in het hoger beroepsonderwijs (HBO5). het HBO5 staat voor hoger beroepsonderwijs en situeert zich op niveau 5 van de Vlaamse kwalificatiestructuur, tussen het secundair onderwijs (niveau 4) en de bacheloropleidingen (niveau 6). Vandaar de afkorting HBO5.

Onderzoekers: zowel de doctorale als de postdoctorale onderzoekers en zowel de bursalen als de onderzoekers met contracten van bepaalde of onbepaalde duur. 

Personeelsleden in budgettaire voltijdse equivalenten: het betreft het aantal voltijdse equivalenten die betaald worden door het Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming. Het aantal voltijdse equivalenten wordt geteld als de som van alle deelopdrachten van alle personeelsleden (met inbegrip van de vervangingen van minder dan een jaar). Voor het hogescholenonderwijs zijn de lesopdrachten van de gastprofessoren en de mandaatsvergoedingen niet opgenomen in de cijfers.

Professoren: het zelfstandig academisch personeel (ZAP) en het integratiekader onderwijzend personeel groep 3 (OP3 = docent, hoofddocent, hoogleraar en gewoon hoogleraar).
 

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

maart 2019

Meer cijfers

Contact