Saldo van ontvangsten en uitgaven

  • ESR-vorderingensaldo Vlaamse overheid 507 miljoen euro

    Het ESR-vorderingensaldo-HRF dat door de Vlaamse overheid als maatstaf wordt gehanteerd, bedroeg in 2017 507 miljoen euro. Het ESR-vorderingensaldo-INR lag in 2017 op bijna 1.120 miljoen euro. 
    Het ESR-vorderingensaldo is volgens het Instituut voor Nationale Rekeningen (INR) gelijk aan het verschil tussen de ESR-ontvangsten en ESR-uitgaven, met uitsluiting van de opname van nieuwe leningen of leasings, de aflossing van lenings- en leasingsschulden en de investeringen in en de verkoop van financiële vaste activa. We noemen dat het ESR-vorderingensaldo-INR.
    In het verlengde van de 6de staatshervorming wordt vanaf 2015 door de Vlaamse overheid het ESR-vorderingensaldo-HRF berekend, volgens de methode van de Hoge Raad voor Financiën (HRF). 

    Beide varianten van het ESR-vorderingensaldo van de Vlaamse overheid vielen tussen 2010 en 2014 samen. In 2010 was er een negatief saldo van -1.378 miljoen euro en het saldo steeg tot 246 miljoen euro in 2012, gevolgd door een daling tot -611 miljoen euro in 2014. 
    In 2015 daalde het ESR-vorderingensaldo-INR tot -3.193 miljoen euro, maar steeg daarna tot 1.117 miljoen euro in 2017. 
    Het ESR-vorderingensaldo-HRF daarentegen nam na 2014 gestaag toe tot 507 miljoen euro in 2017. 
    Het grote verschil tussen de 2 varianten vanaf 2015 hangt samen met de gebruikte methode voor de verrekening van de opcentiemen op de personenbelasting, die na de 6de staatshervorming zijn overgeheveld naar de Vlaamse overheid. De HRF-methode impliceert een meer gelijkmatige verdeling van de opcentiemen over de betrokken jaren en bijgevolg tot een meer continue evolutie van het ESR-vorderingensaldo-HRF. 

  • Budgettair resultaat Vlaamse gemeentebesturen opnieuw negatief

    Het budgettair resultaat van de gemeentebesturen (inclusief de districten) was in 2017 met -118 miljoen euro negatief.  De gemeentebesturen hanteren het budgettair resultaat van het boekjaar als een maatstaf voor hun beleid. Het budgettair resultaat is het verschil tussen alle ontvangsten en alle uitgaven van het boekjaar.
    Het budgettair resultaat daalde van 229 miljoen euro in 2010 tot bijna -700 miljoen euro in 2014. In 2015 steeg het tot bijna 1.040 miljoen euro, maar daarna volgde weer een daling tot 211 miljoen euro in 2016 en tot het negatieve resultaat in 2017. Kortom, alle Vlaamse gemeentebesturen samen gaven in 2017 meer uit dan ze ontvingen. 

    Voor de Vlaamse gemeentebesturen wordt door het Instituut voor de Nationale Rekeningen (INR) eveneens het ESR-vorderingensaldo berekend. Het ESR-vorderingensaldo is gelijk aan het budgettair resultaat met uitsluiting van de financiële kapitaaltransacties. De maatstaf kan worden gebruik voor een vergelijking met andere entiteiten. 
    Het ESR-vorderingensaldo volgde in de periode 2010 en 2013 de evolutie van het budgettair resultaat, maar op een lager niveau. Daarna waren de verschillen zeer groot. Het ESR-vorderingensaldo lag in 2017 op 125 miljoen euro. Het saldo daalde van -37 miljoen euro in 2010 tot -827 miljoen euro in 2012. Het steeg vervolgens tot 539 miljoen euro in 2016, maar het daalde weer fors in 2017. 

  • Budgettair resultaat andere lokale besturen bijna 50 miljoen euro

    Het gezamenlijk budgettair resultaat van de andere lokale besturen bedroeg in 2017 bijna 50 miljoen euro. Het gaat om autonome gemeentebedrijven (AGB), openbare centra voor maatschappelijk welzijn (OCMW), OCMW-verenigingen, provinciebesturen en autonome provinciebedrijven (APB).
    De gegevens over het budgettair resultaat van de andere Vlaamse lokale besturen zijn pas vanaf 2014 beschikbaar. Het budgettair resultaat steeg van 91 miljoen euro in 2014 tot bijna 200 miljoen euro in 2015. In 2016 daalde het tot bijna 35 miljoen euro, maar het steeg weer in beperkte mate in 2017. Kortom, de andere lokale besturen samen gaven in 2017 minder uit dan ze ontvingen.

    Het ESR-vorderingensaldo van de andere lokale besturen bedroeg in 2017 iets meer dan 46 miljoen euro. Het ESR-vorderingensaldo steeg van ruim 90 miljoen euro in 2014 tot bijna 168 miljoen euro in 2016, gevolgd door een forse daling in 2017. 
    Het ESR-vorderingensaldo lag in 2014 ruim 110 miljoen euro lager dan het budgettair resultaat en in 2015 nog bijna 88 miljoen euro. In 2016 lag het ESR-vorderingensaldo 133 miljoen euro hoger dan het budgettair resultaat, maar in 2017 was dat verschil gereduceerd tot ongeveer 3 miljoen euro. 

  • Grote onderlinge verschillen bij andere lokale besturen

    Er zijn grote onderlinge verschillen in het budgettair resultaat bij de andere lokale besturen. 
    In 2017 lag het budgettair resultaat van de autonome gemeentebedrijven (AGB) op -6 miljoen euro. In 2014 bedroeg het resultaat -18 miljoen euro, in 2015 steeg het tot 32 miljoen euro, maar het daalde weer tot -16 miljoen euro in 2016. 
    De OCMW’s hadden in 2017 een positief budgettair resultaat van ruim 50 miljoen, tegenover bijna 17 miljoen in 2016, 150 miljoen in 2015 en 120 miljoen euro in 2014. 
    Bij de OCMW-verenigingen is er een stijging van bijna 4 miljoen euro in 2014 tot 29 miljoen euro in 2016, gevolgd door een daling tot ruim 6,6 miljoen euro in 2017. 
    Het budgettair resultaat van de provinciebesturen steeg van -22 miljoen euro in 2014 tot -0,6 miljoen euro in 2015 en tot bijna 1,4 miljoen in 2016. Daarna daalde het saldo weer tot bijna -1,5 miljoen euro in 2017.
    Bij de autonome provinciebedrijven (APB) steeg het budgettair resultaat van 6,6 miljoen euro in 2014 tot ruim 16 miljoen euro in 2015, gevolgd door een daling tot 4 miljoen euro in 2016 en -0,6 miljoen euro in 2017. 

  • Positief budgettair resultaat in helft van de gemeenten

    Het budgettair resultaat van de gemeentebesturen in euro per inwoner varieert sterk tussen de gemeenten onderling. Er is geen duidelijk patroon te onderscheiden in de verschillen. Bovendien is er voor bijna alle gemeenten een groot verschil tussen het budgettair resultaat van 2017 en dat van de vorige jaren. 
    In de helft van de gemeenten was het budgettair resultaat in 2017 positief, in de andere helft negatief. 
    In 3 gemeenten was er een negatief resultaat lager dan -400 euro per inwoner: Merksplas (-440), Veurne (-470) en Zwijndrecht (-630). In 18 gemeenten (waaronder Kortrijk, Turnhout en Aalst) lag het resultaat tussen -200 en -400 euro per inwoner en 130 gemeenten (waaronder Genk, Roeselare, Antwerpen, Sint-Niklaas, Gent en Leuven) tussen 0 en -200 euro per inwoner. 
    Eveneens in 130 gemeenten was er een positief resultaat van 0 tot 200 euro per inwoner (waaronder Brugge, Mechelen, Oostende en Hasselt) en in 20 gemeenten lag het resultaat tussen 200 en 400 euro). Het budgettair resultaat bedroeg meer dan 400 euro per inwoner in de gemeenten Sint-Truiden (410), Zottegem (504), Galmaarden (515) en Oudenbrug (550). 

Bronnen

Vlaamse overheid:

Lokale overheden:

  • Agentschap Binnenlands Bestuur (ABB): BBC
  • Instituut voor Nationale Rekeningen (INR): Website

Definities

ESR-vorderingensaldo-INR: het verschil tussen de ESR-ontvangsten en ESR-uitgaven, met uitsluiting van: 
•    de opname van leningen en aflossing van schuld,
•    de kredietverleningen en deelnemingen,
•    de interne stromen: ontvangsten van en uitgaven aan de te consolideren instellingen.

ESR-vorderingensaldo-HRF: variant van het ESR-vorderingensaldo-INR, volgens de methode van de Hoge Raad voor Financiën (HRF-methode). 
De HRF-methode volgt niet langer het ritme van de inkohiering en afhandeling van de belastingdossiers van de belastingplichtige personen/huishoudens. Ze is gebaseerd op een evenwichtige verrekening van de voorschotten, de voorfinanciering en de ontvangen bedragen. Daardoor worden de opcentiemen op de personenbelasting, die als gevolg van de 6de staatshervorming zijn overgeheveld naar de Vlaamse overheid, op een gelijkmatige wijze verdeeld over de jaren. De HRF-methode leidt bijgevolg tot een meer continue evolutie van het ESR-vorderingensaldo-HRF. 

Budgettair resultaat van het boekjaar van de lokale besturen: het verschil tussen alle ontvangsten (exploitatie-ontvangsten, investeringsontvangsten en de andere ontvangsten) en alle uitgaven (exploitatie-uitgaven, investeringsuitgaven en de andere uitgaven) van het betrokken boekjaar. Het saldo van de vorige boekjaren wordt niet meegeteld.
 

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

oktober 2019

Meer cijfers

Contact