Schoolse vorderingen

  • Daling schoolse achterstand in zowel lager als secundair onderwijs

    In het gewoon lager onderwijs lag in het schooljaar 2016-2017 het aandeel leerlingen met schoolse achterstand op 12,5% (alle leerjaren samen). In het 6de leerjaar was dat 13%. Sinds 2012-2013 daalt het aandeel over alle leerjaren heen. In het 6de leerjaar is dat het geval vanaf 2013-2014.

    In het voltijds gewoon secundair onderwijs bedroeg in 2016-2017 het aandeel leerlingen met schoolse achterstand 27% (alle jaren samen). In het laatste jaar (2de leerjaar van de 3de graad) ging het om 34%. Ook in het secundair is tijdens de meeste recente jaren een daling merkbaar.

    Schoolse achterstand is niet noodzakelijk een gevolg van zittenblijven, maar kan ook veroorzaakt worden door een verlate instap of door ziekte.

  • Achterstand bedraagt zelden meer dan één jaar in lager onderwijs

    In het lager onderwijs heeft het merendeel van de leerlingen met schoolse achterstand slechts één jaar achterstand. Slechts 1% van de leerlingen heeft een grotere achterstand opgelopen. Dit komt overeen met 8% van de leerlingen met schoolse vertraging. Het aandeel leerlingen met schoolse voorsprong bedroeg in het schooljaar 2016-2017 over alle leerjaren 1% en in het 6de leerjaar een kleine 2%.
    Tussen jongens en meisjes zijn er weinig verschillen.

  • Grotere schoolse achterstand in BSO, TSO en KSO dan in ASO

    In het voltijds gewoon secundair onderwijs zijn er grote verschillen naargelang de onderwijsvorm. In de eerste graad lag de schoolse achterstand in 2016-2017 op 20%. In het voltijds gewoon secundair onderwijs na de eerste graad was het aandeel leerlingen met schoolse achterstand het kleinst in het algemeen secundair onderwijs (ASO) (12% over alle leerjaren) en het grootst in het beroepssecundair onderwijs (BSO) (60%). In het 2de leerjaar van de 3de graad bedroegen deze aandelen 13% voor ASO en 61% voor BSO. 


    Jongens hebben meer achterstand dan meisjes. Over alle jaren samen bedroegen de aandelen 30% bij jongens en 24% bij meisjes, in het 2de jaar van de 3de graad 39% en 29%.


    1 jaar schoolse achterstand komt meer voor dan 2 jaar schoolse achterstand of meer, en dat in alle onderwijsvormen. 2 jaar schoolse achterstand is echter geen zeldzaamheid in het BSO (12% van het totaal aantal leerlingen), kunstsecundair onderwijs (KSO) (8%) en technisch secundair onderwijs (TSO) (7%). Deze cijfers gelden voor alle jaren samen, in het 2de leerjaar van de 3de graad liggen ze iets hoger.

Bronnen

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming:

Definities

Schoolse achterstand: schoolse achterstand is het aantal leerjaren vertraging dat een leerling oploopt ten aanzien van het leerjaar waarin hij zich zou bevinden als hij normaal zou vorderen en bij een normale instap.

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

maart 2019

Meer cijfers

Contact