Schoolse vorderingen

  • Daling schoolse achterstand in zowel lager als secundair onderwijs

    In het gewoon lager onderwijs lag in het schooljaar 2017-2018 het aandeel leerlingen met schoolse achterstand op 12,1% (alle leerjaren samen). In het 6de leerjaar was dat 12,3%. Sinds 2012-2013 daalt het aandeel voor alle leerjaren samen. In het 6de leerjaar is dat het geval vanaf 2013-2014.

    In het voltijds gewoon secundair onderwijs bedroeg in 2017-2018 het aandeel leerlingen met schoolse achterstand 26,7% (alle jaren samen). In het laatste jaar (2de leerjaar van de 3de graad) ging het om 32,3%. Ook in het secundair is tijdens de meeste recente jaren een daling merkbaar.

    Schoolse achterstand is niet noodzakelijk een gevolg van zittenblijven, maar kan ook veroorzaakt worden door een verlate instap of door ziekte.

  • Slechts 1% van leerlingen heeft 2 of meer jaar achterstand in lager onderwijs

    In het lager onderwijs heeft het merendeel van de leerlingen met schoolse achterstand slechts één jaar achterstand. Slechts 1% van het totaal aantal leerlingen heeft een grotere achterstand opgelopen. Dit komt overeen met 8% van de leerlingen met schoolse vertraging.

    Het aandeel leerlingen met schoolse voorsprong bedroeg in het schooljaar 2017-2018 over alle leerjaren 1% en in het 6de leerjaar 1,5%.

    Tussen jongens en meisjes zijn er weinig verschillen, zowel bij schoolse achterstand als bij schoolse voorsprong.

  • Grotere achterstand in BSO, TSO en KSO dan in ASO

    In het voltijds gewoon secundair onderwijs zijn er grote verschillen op vlak van schoolse achterstand naargelang van de onderwijsvorm. In de eerste graad lag de schoolse achterstand in 2017-2018 op 19,8%. In het voltijds gewoon secundair onderwijs na de eerste graad was het aandeel leerlingen met schoolse achterstand (alle jaren samen) het kleinst in het algemeen secundair onderwijs (ASO) (11,7%) en het grootst in het beroepssecundair onderwijs (BSO) (58,8%). In het 2de leerjaar van de 3de graad bedroegen deze aandelen 12,6% voor ASO en 59,1% voor BSO.

    Jongens hebben meer schoolse achterstand dan meisjes in het secundair onderwijs. Voor alle jaren samen bedroegen de aandelen met achterstand 29,7% bij jongens en 23,6% bij meisjes, in het 2de leerjaar van de 3de graad 37,1% en 27,6%.

    De meerderheid van personen met schoolse achterstand heeft 1 jaar achterstand en dat in alle onderwijsvormen. 2 jaar schoolse achterstand of meer is echter geen zeldzaamheid in het BSO (14,2% van het totaal aantal leerlingen), kunstsecundair onderwijs (KSO) en technisch secundair onderwijs (TSO) (8,6%). Deze cijfers gelden voor alle jaren samen, in het 2de leerjaar van de 3de graad liggen ze iets hoger.

Bronnen

Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming: Statistisch Jaarboek van het Vlaams onderwijs

Definities

Schoolse achterstand: schoolse achterstand is het aantal leerjaren vertraging dat een leerling oploopt ten aanzien van het leerjaar waarin hij zich zou bevinden als hij normaal zou vorderen en bij een normale instap.

Publicatiedatum

29 maart 2019

Volgende update

maart 2020

Meer cijfers

Contact