Sociale bijstand

  • Bijna 41.000 Vlamingen ontvangen leefloon of equivalent leefloon

    Begin 2018 ontvingen bijna 38.000 Vlamingen een leefloon en ruim 3.000 personen een equivalent leefloon. Het leefloon vormt een minimuminkomen voor mensen die niet over voldoende bestaansmiddelen beschikken. Het equivalent leefloon is er voor mensen die niet in aanmerking komen voor het leefloon maar die zich in een vergelijkbare noodsituatie bevinden. In de praktijk wordt dit vooral uitgekeerd aan asielzoekers en vreemdelingen die niet in het bevolkingsregister zijn ingeschreven.

    Het aantal leefloners in Vlaanderen is na een stijging tussen 2008 en 2010 en een daling tussen 2010 en 2012 in de meest recente jaren weer gestegen. Zeker vanaf 2016 is er een duidelijke stijging van het aantal leefloners.

    Het aantal equivalent leefloners nam tussen 2006 en 2009 sterk af maar steeg tussen 2009 en 2011. Die stijging werd tussen 2012 en 2018 weer gevolgd door een daling.

  • Sterkste toename (equivalent) leefloners bij jongeren

    Het aantal personen met een leefloon of equivalent leefloon is tussen 2006 en 2018 bij mannen (+11%) iets sterker gestegen dan bij vrouwen (+5%).

    Naar leeftijd valt vooral de sterke stijging op bij jongeren. Daar gaat het om een stijging van 41% tussen 2006 en 2018. Bij de andere leeftijdsgroepen blijft die stijging beperkt of is er sprake van een daling.

    Bij de alleenstaanden is het aantal met een (equivalent) leefloon tussen 2006 en 2018 gedaald (-7%). Bij de personen met een gezin ten laste (+29%) en bij de samenwonenden (+18%) is het aantal duidelijk gestegen.

  • Specifieke sociale bijstandsuitkering voor 52.000 ouderen en 91.000 personen met een handicap

    Slechts een beperkt aantal 65-plussers ontvangt een leefloon omdat zij aparte regelingen kennen: het gewaarborgd inkomen voor bejaarden (GIB) dat sinds 2002 geleidelijk vervangen wordt door de inkomensgarantie voor ouderen (IGO). Meestal gaat het om een toeslag bovenop het pensioen, zodat men een bedrag bekomt dat vergelijkbaar is met het leefloon. Begin 2018 ging het samen om 52.000 ouderen. Dat aantal is na een stijging tot 2015 in de meest recente jaren weer gedaald.

    Personen met een handicap kunnen een beroep doen op een inkomensvervangende tegemoetkoming (IVT) indien zij door hun handicap geen of minder mogelijkheden hebben om een betaalde baan uit te oefenen. Daarnaast bestaat er voor hen een integratie­tegemoetkoming (IT) indien zij moeilijkheden hebben bij het uitvoeren van hun dagelijkse activiteiten. Begin 2018 werd in Vlaanderen aan ruim 91.000 personen een IVT en/of een IT uitgekeerd, tegenover bijna 63.000 personen in 2006. 

  • Hoger aandeel met sociale bijstandsuitkering in de steden en in West-Vlaanderen

    Het aandeel personen met een sociale bijstandsuitkering in de totale bevolking ligt het hoogst in de centrumsteden en in een groot aantal gemeenten in West-Vlaanderen. Het gaat hier om de som van het aantal personen met een (equivalent) leefloon, een IGO/GIB of een IVT/IT. In Oostende en Mesen lag het aandeel in 2018 met telkens 6% van de bevolking het hoogst. Daarna volgen Poperinge, Blankenberge en Zelzate (elk bijna 5%). In Oud-Heverlee en Tervuren ligt het aandeel met 1,1% het laagst van alle Vlaamse gemeenten.

  • Aandeel met sociale bijstandsuitkering in Vlaanderen lager dan in andere gewesten

    Begin 2018 ontving in het Vlaamse Gewest iets minder dan 3% van de bevolking een sociale bijstandsuitkering. In het Waalse Gewest gaat het om 5% van de bevolking, in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om iets minder dan 7% en in België als geheel om bijna 4% van de bevolking.

    De verschillen tussen de gewesten zijn het grootst bij het aandeel (equivalent) leefloontrekkers. Bij de andere uitkeringen blijven de verschillen relatief beperkt. 

Bronnen

POD Maatschappelijke Integratie: Barometer voor Maatschappelijke Integratie
Federale Pensioendienst: Statistieken
DG Handicap van FOD Sociale Zekerheid: Website

Definities

Centrumsteden: in het kader van haar stedenbeleid duidde de Vlaamse overheid 13 'centrumsteden' aan. Het gaat om Aalst, Antwerpen, Brugge, Genk, Gent, Hasselt, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oostende, Roeselare, Sint-Niklaas en Turnhout.

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

19 september 2019

Meer cijfers

Contact

Vorige versies