Type arbeidscontract

  • Ruim 8% van werknemers heeft tijdelijk arbeidscontract

    In 2018 lag het aandeel werknemers van 20 tot 64 jaar met een tijdelijk arbeidscontract in het Vlaamse Gewest op 8,3%. Dat aandeel daalde van 8,4% in 1999 tot 6,0% in 2012 en steeg daarna weer tot 8,3% in 2017 en 2018.

  • Hoger aandeel vrouwen met tijdelijk arbeidscontract

    Het aandeel mannelijke werknemers met een tijdelijk arbeidscontract schommelde in het Vlaamse Gewest tussen 1999 en 2009 rond 5%, steeg daarna tot 7,5% in 2017, gevolgd door een lichte daling tot 7,2% 2018.

    Bij vrouwen daalde het aandeel met een tijdelijk contract van 12,2% in 1999 tot 6,9% in 2013. Daarna steeg het aandeel weer tot 9,3% in 2018.

    Daarmee lag in 2018 het aandeel met een tijdelijk arbeidscontract bij de vrouwen nog iets hoger dan bij de mannen. Het verschil is sinds 1999 wel duidelijk afgenomen.

  • Hoogste aandeel met tijdelijk arbeidscontract bij jongeren

    Het aandeel werknemers met een tijdelijk arbeidscontract lag met 16,7% in 2018 het hoogst bij de 20- tot 34-jarigen, tegenover 13,7% in de 1999. Het aandeel met een tijdelijk contract lag bij de jongste leeftijdsgroep in alle jaren veel hoger dan bij de andere leeftijdsgroepen.

    Bij de 35- tot 49-jarigen daalde het aandeel met een tijdelijk contract van 5,3% in 1999 tot 3,3% in 2012, maar daarna steeg het aandeel weer tot 5,3% in 2018.

    Bij de 50- tot 64-jarigen steeg het aandeel eerst van 2,9% in 1999 tot 4,3% in 2007, gevolgd door een daling tot 3,4% in 2018.

  • Meer tijdelijke arbeidscontracten bij laaggeschoolden

    In 2018 lag het aandeel werknemers met een tijdelijk arbeidscontract bij laaggeschoolden op 8,6%, tegenover 6,7% in 1999. Bij middengeschoolde personen lag dat aandeel in 2018 op 5,3%, iets lager dan in 1999, maar hoger dan in de periode 2008-2013. Bij hooggeschoolden daalde het aandeel van 7,1% in 1999 tot 4,5% in 2013, waarna het weer steeg tot 6,4% in 2018.

  • Hoogste aandeel tijdelijke arbeidscontracten bij alleenstaanden met kinderen

    Het aandeel werknemers met een tijdelijk arbeidscontract bij alleenstaanden zonder kinderen ten laste lag in 2018 op 7,4%, tegenover 9,9% in 1999. Bij alleenstaanden met kinderen daalde dat aandeel van 15,9% in 1999 tot 9,7% in 2018. Dat was in 2018 het hoogste aandeel van alle huishoudtypes. Van de koppels zonder kinderen had in 2018 6,0% een tijdelijk contract, tegenover 6,4% in 1999. Bij koppels met kinderen daalde het aandeel eerst van 7,5% in 1999 tot 5,4% in 2013. Daarna steeg het weer tot 6,9% in 2018.

  • Veel hoger aandeel tijdelijke contracten bij werknemers geboren buiten de EU

    In 2018 lag het aandeel met een tijdelijk arbeidscontract bij werknemers geboren in België in 2018 op 7,6% tegenover 6,3% in 2007.

    Bij werknemers geboren in een ander EU-land daalde het aandeel met een tijdelijk contract van 9,7% in 2007 tot 8,3% in 2018. De curve vertoont wel grote schommelingen.

    Bij werknemers geboren buiten de EU lag het aandeel met een tijdelijk contract in 2018 op 15,9%, tegenover 16,5% in 2007. Daarmee lag het aandeel tijdelijke contracten in alle jaren het hoogst bij de werknemers geboren buiten de EU.

  • Hoogste aandeel contracten van bepaalde duur, sterkste stijging bij uitzendarbeid

    De werknemers met een tijdelijk arbeidscontract kunnen worden opgedeeld naar de aard van dat tijdelijk contract. In 2018 had 55,0% van de werknemers met een tijdelijk arbeidscontract een contract van bepaalde duur, 26,0% had een contract van uitzendarbeid, 2,8% had een contract in het systeem van dienstencheques/PWA, 4,5% had een stage- of leercontract en 11,8% had een studentencontract.

    Tegenover 1999 is het aandeel van de contracten van bepaalde duur en de contracten in het kader van het systeem van dienstencheques/PWA gedaald. Het aandeel van de uitzendarbeid en van de studentencontracten is gestegen. Bij de studentencontracten deed deze stijging zich vooral voor in de meest recente jaren.

  • Aandeel tijdelijke contracten in Vlaams Gewest ver onder EU-gemiddelde

    In 2018 lag het aandeel werknemers met een tijdelijk arbeidscontract in het Vlaamse Gewest (8,3%) lager dan in het Waalse Gewest (11,4%) en in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest (14,5%).

    In de Europese Unie (EU) lag het aandeel werknemers met een tijdelijk contract in 2018 gemiddeld op 13,2%, veel hoger dus dan in het Vlaamse Gewest. Spanje kende met 26,4% het hoogste aandeel werknemers met een tijdelijk contract, gevolgd door Polen (23,9%) en Portugal (21,5%). Roemenië (1,1%) had het laagste percentage met een tijdelijk contract, gevolgd door Litouwen (1,4%) en Letland (2,6%).

Bronnen

Definities

Tijdelijk arbeidscontract: een arbeidscontract van bepaalde duur (in overheids- en privésector) of een arbeidscontract in een specifiek stelsel, gebaseerd op bepaalde vastgelegde criteria. Een tijdelijk arbeidscontract staat tegenover een vast arbeidscontract. Dat is een vaste benoeming bij de overheid of een arbeidscontract van onbepaalde duur in de overheids- of privésector.

Publicatiedatum

13 juni 2019

Volgende update

juni 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies