Type contract

  • 8% van werknemers heeft tijdelijk contract

    In 2017 lag het aandeel met een tijdelijk contract in de groep werknemers van 20 tot 64 jaar in het Vlaamse Gewest op 8%. Dat aandeel daalde van 8% in 1999 tot 6% in 2009 en steeg daarna weer tot 8% in 2017. 

  • Meer vrouwen met tijdelijk contract, maar verschil met mannen wordt veel kleiner

    Het aandeel mannelijke werknemers met een tijdelijk contract schommelde in het Vlaamse Gewest tussen 1999 en 2009 rond 5%, en steeg daarna tot bijna 8% in 2017. 
    Bij vrouwen daalde het aandeel met een tijdelijk contract van 12% in 1999 tot 7% in 2013, daarna steeg het weer tot 9% in 2017. 
    De grote kloof die in de beginperiode nog bestond tussen mannen en vrouwen,  is zo in 2017 gereduceerd tot een verschil van minder dan 2 procentpunten.

  • Hoogste aandeel met tijdelijk contract bij jonge vrouwen

    Het aandeel werknemers met een tijdelijk contract lag met 19% in 2017 het hoogst bij 20- tot 34-jarige vrouwen. Vergeleken met 1999 steeg het aandeel zowel bij jonge mannen (+ 5 procentpunten) als bij jonge vrouwen (+2 procentpunten). Door de sterkere stijging bij mannen nam het verschil met jonge vrouwen af: 15% van de jonge mannen had in 2017 een tijdelijk contract. 
    Ook bij de 35- tot 49-jarigen werd het verschil tussen mannen en vrouwen kleiner, meer nog dan in de jongste groep.  
    En bij de oudste groep, de 50- tot 64-jarigen, kwamen de aandelen mannen en vrouwen met een tijdelijk contract in 2017 gelijk te liggen op 3%.

  • Meer tijdelijke contracten bij alleenstaanden met inwonende kinderen

    De verschillen naar onderwijsniveau zijn klein. In 2017 lag het aandeel werknemers met een tijdelijk contract bij laaggeschoolde personen op 9%. Bij midden- en hooggeschoolde personen was dat 7%. 
    Naar huishoudtype zijn er wel grote verschillen. Bij koppels met inwonende kinderen lag het aandeel werknemers met een tijdelijk contract op bijna 5%, bij koppels zonder kinderen op bijna 6%. Bij alleenstaanden met inwonende kinderen bedroeg het aandeel 16%,  bij alleenstaanden zonder kinderen 11%.

  • Aandeel tijdelijke contracten in Vlaams Gewest onder EU-gemiddelde

    In 2017 lag het aandeel werknemers met een tijdelijk contract in het Vlaamse Gewest (8%) lager dan in de andere gewesten. In het Waalse Gewest ging het om 11%, in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om bijna 15%.

    In de Europese Unie (EU) lag het aandeel werknemers met een tijdelijk contract in 2017 gemiddeld op 14%. Spanje kende met bijna 26% het hoogste aandeel werknemers met een tijdelijk contract, gevolgd door Polen (25%) en Portugal (21%). Roemenië kende het laagste percentage (1%), gevolgd door Litouwen (2%), Estland (3%) en Letland (3%).

Bronnen

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

september 2019

Meer cijfers

Contact