Vertrouwen in de overheid

  • Bijna 1 op 4 Vlamingen heeft veel vertrouwen in overheid, groep met weinig vertrouwen iets groter

    In 2018 gaf bijna 1 op de 4 Vlamingen van 18 tot 85 jaar aan in het algemeen veel vertrouwen te hebben in de overheid (23%). De groep met weinig vertrouwen in de overheid is iets groter (25%). De helft van de bevolking spreekt zich op dit vlak niet positief of negatief uit.

    Het aandeel van de bevolking met veel vertrouwen in de overheid lag in 2018 iets hoger dan in 2004. Dat aandeel schommelde algemeen genomen telkens rond de 20%. Tussen 2009 en 2012 nam het aandeel met veel vertrouwen duidelijk af, waarna het tussen 2012 en 2013 weer opvallend steeg.

    Het aandeel met weinig vertrouwen is tussen 2004 en 2018 kleiner geworden. Vanaf 2013 ligt dit aandeel iets lager dan de jaren daarvoor. In 2017 en 2018 is het aandeel met weinig vertrouwen nog verder gedaald.

    De grootste groep blijft echter de groep die zich niet positief of negatief uitspreekt. Dat aandeel nam tussen 2004 en 2018 nog toe.

  • Hooggeschoolden en jongeren hebben meer vertrouwen in overheid

    Mannen hebben iets meer vertrouwen in de overheid in het algemeen dan vrouwen. Naar leeftijd valt op dat het vertrouwen duidelijk afneemt bij de oudere leeftijdsgroepen. Daarmee samenhangend zijn de alleenstaanden de huishoudgroep met het minste vertrouwen in de overheid.

    De grootste verschillen zijn echter te zien naar onderwijsniveau. De groep met veel vertrouwen is duidelijk groter bij de hooggeschoolden, de groep met weinig vertrouwen is het grootst bij de laaggeschoolden.

  • Vertrouwen in overheid iets hoger in grootsteden

    Het aandeel van de bevolking met vertrouwen in de overheid ligt iets hoger in de grootsteden dan in de andere groepen van gemeenten. Bij de andere groepen blijven de verschillen naar verstedelijkingsgraad beperkt.

Bronnen

Statistiek Vlaanderen: SCV-survey

Publicatiedatum

12 februari 2019

Volgende update

februari 2020

Meer cijfers

Contact