Verzurende emissies

  • Verzurende emissie aanzienlijk gedaald

    Tussen 1990 en 2017 daalde de potentieel verzurende emissie met 70%. Het gaat om de som van 3 emissietypes: zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx) en ammoniak (NH3). Die som wordt uitgedrukt in zuurequivalenten, waarbij het zuurvormende vermogen van elke stof in rekening wordt gebracht.

    De daling van de potentieel verzurende emissie tussen 1990 en 2017 is voor een groot deel te danken aan een aanzienlijke daling van de SO2-emissie (-89%). De NH3- en NOx-emissies daalden in deze periode met respectievelijk 56% en 57%.

  • Landbouw belangrijkste bron van verzurende emissie

    De landbouw was in 2017 veruit de belangrijkste bron van potentieel verzurende emissie (48%), gevolgd door transport (21%) en industrie (17%).

    De NH3-emissie leverde in 2017 de grootste bijdrage (46%) aan de totale verzurende emissie. Deze is voor het overgrote deel (95%) toe te schrijven aan de landbouw. De NH3-emissie daalde wel tussen 2000 en 2017, met 28%. Dit gebeurde door de afbouw van de veestapel, de lagere stikstofinhoud van het veevoeder, de emissiearme aanwending van dierlijke mest op akkers en weiden, de bouw van emissiearme stallen en de toenemende mestverwerking. Sinds 2005 is het verloop van deze emissie vlak omdat de licht stijgende veestapel, de mestverwerking en de uitbreiding van emissiearme stallen elkaar in evenwicht hielden.

    De NOx-emissie leverde de tweede grootste bijdrage (39%) tot de totale verzurende emissie in 2017. De transportsector is voor meer dan de helft van deze emissie verantwoordelijk (52%). Het grote aandeel dieselwagens in het personenwagenpark heeft een negatieve invloed op de NOx-emissie. Dieselwagens stoten meer NOx uit dan benzinewagens. In 2017 reed 56% van de personenwagens op diesel.

    In 1990 had de SO2-emissie nog het grootste aandeel (43%) in de totale verzurende emissie. In 2017 was dit gedaald tot 16%, de kleinste bijdrage. De grootste daling deed zich voor tussen 1990 en 2010 en was in belangrijke mate te danken aan opeenvolgende EU-richtlijnen over de beperking van het zwavelgehalte in brandstoffen. Na 2011 stagneerde de SO2-emissie. De sectoren industrie en energie zijn de voornaamste SO2-emissiebronnen (met een aandeel van respectievelijk 51% en 34%).  

Bronnen

Vlaamse Milieumaatschappij (VMM): Milieurapport (MIRA), Verzurende emissie

 

Definities

Potentieel verzurende emissie: som van de emissies van zwaveldioxide (SO2), stikstofoxiden (NOx, uitgedrukt als NO2) en ammoniak (NH3). Die som wordt uitgedrukt in zuurequivalenten (Zeq), waarbij het zuurvormende vermogen van elke stof in rekening wordt gebracht. De term ‘potentieel’ verzurende emissie wordt gebruikt omdat de actuele verzuring ook sterk afhangt van de processen die zich afspelen op het traject tussen emissie en depositie en van de diverse processen in de bodem en het (oppervlakte)water.

Publicatiedatum

21 november 2019

Volgende update

november 2020

Meer cijfers

Contact

Vorige versies