Werkbaar werk

  • Helft van werknemers en zelfstandigen heeft werkbaar werk

    In 2016 lag de werkbaarheidsgraad bij werknemers en zelfstandigen op 51%. Zij signaleren geen knelpunten op het vlak van psychische vermoeidheid, welbevinden in het werk, leermogelijkheden en de balans tussen werk en privéleven.

    De werkbaarheidsgraad van werknemers steeg van 52% in 2004 naar 55% in 2013, maar daalde daarna tot 51% in 2016.

    Bij zelfstandigen bedroeg de werkbaarheidsgraad in 2007 en 2010 48%, gevolgd door een stijging tot 51% in 2013 en 2016.

  • Leermogelijkheden op het werk toegenomen bij werknemers

    Bij werknemers blijkt psychische vermoeidheid of werkstress het grootste knelpunt. Het aandeel werknemers dat geen problemen ervaart met psychische vermoeidheid of werkstress daalde licht tussen 2004 en 2016.

    Wat het aspect leermogelijkheden betreft, is er bij werknemers een verbetering merkbaar.

    Voor het welbevinden in het werk en de balans werk-privé blijft de score bij werknemers nagenoeg constant tussen 2004 en 2016.

  • Werkstress en werk-privébalans belangrijkste knelpunten bij zelfstandigen

    Bij zelfstandigen is het aspect psychische vermoeidheid of werkstress het belangrijkste knelpunt, gevolgd door de werk-privébalans.

    Het aandeel zelfstandige ondernemers met adequate leermogelijkheden stijgt wel significant van 94,4% in 2007 naar 96,5% in 2016.

  • Leeftijd en onderwijsniveau zorgen voor verschillen in werkbaar werk bij werknemers

    Vrouwelijke werknemers hebben minder werkbare jobs dan hun mannelijke collega’s.

    De werkbaarheidsgraad bij de werknemers varieerde in 2016 ook naar leeftijd. De 55-plussers kenden de hoogste werkbaarheidsgraad, de 50- tot 54-jarigen de laagste.

    Naarmate het onderwijsniveau stijgt, neemt de werkbaarheid toe. De werkbaarheidsgraad van laaggeschoolde werknemers lag in 2016 op 44%, die van hooggeschoolde werknemers op 53%.

    Bij nagenoeg alle groepen lag de werkbaarheidsgraad in 2016 iets lager dan of op hetzelfde niveau als in 2004.

  • Bij zelfstandigen kennen 30- tot 39-jarigen laagste werkbaarheidsgraad

    De werkbaarheidsgraad van vrouwelijke en mannelijke zelfstandigen verschilde weinig in zowel 2007 als 2016.

    Ook naar onderwijsniveau blijven de verschillen in werkbaarheidsgraad van zelfstandigen relatief beperkt.

    De verschillen tussen de leeftijdsgroepen zijn wel duidelijk. De jongste groep (jonger dan 30 jaar) en de oudste groep (ouder dan 55 jaar) laten de hoogste werkbaarheidsgraad optekenen. De 30- tot 39-jarige zelfstandigen kennen de laagste werkbaarheid.

Bronnen

Stichting Innovatie & Arbeid: Werkbaar werk

Definities

Werkbaarheidsgraad: de werkbaarheidsgraad combineert de 4 werkbaarheidsaspecten en wordt gedefinieerd als het aandeel van de werkenden dat een kwaliteitsvolle job of werkbaar werk heeft. Het gaat om het aandeel werkenden dat geen knelpunten signaleert op de 4 werkbaarheidsaspecten.
Werkbaar werk: werkbaar werk wordt gemeten aan de hand van 4 aspecten, namelijk psychische vermoeidheid (werkstress), welbevinden in het werk (werkbetrokkenheid en motivatie), leermogelijkheden (kansen op bijblijven en competentieontwikkeling) en werk-privébalans (combinatie van beroepsleven, gezinsleven en sociaal leven).

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

januari 2020

Meer cijfers

Contact