Werkzaamheidsgraad

  • 73% van Vlaamse 20- tot 64-jarigen aan het werk

    In 2017 lag de werkzaamheidsgraad bij de bevolking van 20 tot 64 jaar in het Vlaamse Gewest op 73%. Dat betekent dat 73% van de 20- tot 64-jarigen aan het werk is. De werkzaamheidsgraad is de afgelopen jaren gestaag gestegen: in 1999 ging het om 67%. 

  • Werkzaamheidsgraad sterker gestegen bij vrouwen dan bij mannen

    De werkzaamheidsgraad (in personen) steeg bij Vlaamse mannen van 76% in 1999 tot 78% in 2017. Bij Vlaamse vrouwen steeg het aandeel werkenden sterker, van 58% in 1999 tot 68% in 2017. 
    De werkzaamheidsgraad in voltijds equivalenten (VTE), die ook rekening houdt met het aantal gepresteerde werkuren, lag bij mannen telkens 6 tot 7 procentpunten hoger dan de werkzaamheidsgraad in personen. Het omgekeerde beeld bij vrouwen: de werkzaamheidsgraad in VTE lag bij hen telkens 7 tot 9 procentpunten lager dan de werkzaamheidsgraad in personen. 
    Het verschil met de werkzaamheidsgraad in personen is een gevolg van het feit dat mannen gemiddeld meer dan 38 uur per week werken en vrouwen minder.

  • Laagste werkzaamheidsgraad maar ook sterkste stijging bij oudere vrouwen

    De werkzaamheidsgraad van vrouwen van 50 jaar en ouder lag in de hele periode van 1999 tot 2017 veel lager dan deze van de andere leeftijdsgroepen. Maar de werkzaamheid steeg bij deze groep wel het sterkst: van 26% in 1999 tot 53% in 2017. Ook bij mannen ouder dan 50 jaar steeg de werkzaamheidsgraad vrij sterk: van 50% in 1999 tot 65% in 2017.
    Bij 35- tot 49-jarige vrouwen steeg het aandeel werkenden van 70% in 1999 tot 83% in 2010 en bleef daarna op ongeveer hetzelfde niveau. De werkzaamheidsgraad van mannen in deze leeftijdsgroep schommelde tussen 1999 en 2017 rond 92%. 
    Bij mannen van 20 tot 34 jaar daalde de werkzaamheidsgraad van 83% in 1999 naar 75% in 2017. De werkzaamheid van vrouwen in deze leeftijdsgroep kende een lichte daling: van 72% in 1999 naar 69% in 2017. 

  • Werkzaamheidsgraad verschilt sterk naar onderwijsniveau

    De werkzaamheidsgraad bij laaggeschoolde personen bedroeg 51% in 2017. Bij middengeschoolde personen was dat 72% en bij hooggeschoolde personen 84%. 

    De verschillen naar huishoudtype zijn kleiner. Bijna 88% van de personen in koppels met inwonende kinderen was aan het werk in 2017. Bij de alleenstaanden met kinderen lag de werkzaamheidsgraad op 76%, bij de personen in huishoudens zonder kinderen lag de werkzaamheid iets lager. 

  • Vlaamse werkzaamheidsgraad iets boven EU-gemiddelde

    De Vlaamse werkzaamheidsgraad (73%) lag in 2017 duidelijk hoger dan in de andere gewesten. In het Waalse Gewest ging het om 63%, in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om 61%.

    In de Europese Unie (EU) bedroeg de werkzaamheidsgraad in 2017 gemiddeld 72%. Het Vlaamse Gewest scoort iets hoger dan het EU-gemiddelde. Zweden kende de hoogste werkzaamheidsgraad (82%), gevolgd door Duitsland en Estland (79%). In Griekenland werd in 2017 de laagste werkzaamheidsgraad genoteerd (58%), gevolgd door Italië (62%) en Kroatië (64%). 

Bronnen

Definities

Werkzaamheidsgraad: het aandeel van de werkende personen in de totale bevolking van een bepaalde leeftijdsgroep, volgens de bepalingen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). 

Werkzaamheidsgraad in voltijds equivalenten (VTE): berekening van de werkzaamheidsgraad die rekening houdt met het aantal werkuren per week. De werkzaamheidsgraad in VTE wordt berekend door de werkzaamheidsgraad in personen te vermenigvuldigen met de verhouding tussen het gemiddeld aantal werkuren per week van alle personen en het aantal uren per week van een normale voltijdse baan (38 uur). 

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

september 2019

Meer cijfers

Contact