Werkzaamheidsgraad

  • 74,6% van Vlaamse 20- tot 64-jarigen aan het werk

    In 2018 lag de werkzaamheidsgraad bij de bevolking van 20 tot 64 jaar in het Vlaamse Gewest op 74,6%. Dat betekent dat 74,6% van de 20- tot 64-jarigen een betaalde baan heeft. De werkzaamheidsgraad is de afgelopen jaren gestaag gestegen: in 1999 ging het om 67,3%. 

  • Werkzaamheidsgraad sterker gestegen bij vrouwen dan bij mannen

    De werkzaamheidsgraad bij Vlaamse mannen lag op 77,1% in 1999 en op 78,5% in 2018 . Bij Vlaamse vrouwen steeg het aandeel werkenden van 57,3% in 1999 tot 70,7% in 2018.

  • Laagste werkzaamheidsgraad maar sterkste stijging bij 55-plussers

    De werkzaamheidsgraad van personen van 55 tot 64 jaar lag in de hele periode van 1999 tot 2018 veel lager dan deze van de andere leeftijdsgroepen. Maar de werkzaamheid van deze groep steeg wel het sterkst: van 23,7% in 1999 tot 52,5% in 2018.

    Bij de 45- tot 54-jarigen steeg het aandeel werkenden van 68,4% in 1999 tot 85,6% in 2018.

    De werkzaamheidsgraad van 35- tot 44-jarigen steeg van 83,7% in 1999 tot 88,1% in 2018.

    Bij jongeren van 20 tot 34 jaar ten slotte daalde de werkzaamheidsgraad van 76,9% in 1999 tot 73,3% in 2018.

  • Laagste werkzaamheidsgraad bij laaggeschoolden

    In de hele periode zijn er grote verschillen naar onderwijsniveau. De werkzaamheidsgraad bij laaggeschoolden van 25 tot 64 jaar bedroeg 52,4% in 2018. Bij middengeschoolde personen was dat 78,1% en bij hooggeschoolden 88,5%.

  • Hoogste werkzaamheidsgraad bij koppels met kinderen

    In 2018 lag de werkzaamheidsgraad bij alleenstaanden zonder kinderen ten laste op 70,5%. In 1999 ging het om 62,7%. Bij alleenstaanden met kinderen steeg de werkzaamheidsgraad van 62,8% in 1999 tot 70,0% in 2018. Koppels zonder kinderen hadden in 2018 een werkzaamheidsgraad van 67,6%, tegenover 52,0% in 1999. Bij koppels met kinderen steeg de werkzaamheidsgraad van 77,4% in 1999 tot 81,8% in 2018.

  • Zeer lage werkzaamheidsgraad bij personen met hinder door handicap of langdurig gezondheidsprobleem

    In 2018 lag de werkzaamheidsgraad bij personen met hinder wegens een handicap of langdurig gezondheidsprobleem op 45,8%, tegenover 37,5% in 1999. Bij personen zonder hinder steeg de werkzaamheidsgraad van 76,0% in 1999 tot 80,1% in 2018.

  • Lagere werkzaamheidsgraad bij personen geboren buiten de EU

    In 2018 lag de werkzaamheidsgraad bij personen die buiten de Europese Unie (EU) zijn geboren op 61,2%, tegenover 51,4% in 1999. Bij personen geboren in België steeg de werkzaamheidsgraad van 73,1% in 1999 tot 76,2% in 2018. Personen die in een ander EU-land zijn geboren hadden in 2018 een werkzaamheidsgraad van 72,4%, tegenover 64,3% in 2007.

  • Vlaamse werkzaamheidsgraad iets boven EU-gemiddelde

    De Vlaamse werkzaamheidsgraad (74,6%) lag in 2018 duidelijk hoger dan in de andere gewesten. In het Waalse Gewest ging het om 63,7%, in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om 61,4%.

    In de Europese Unie (EU) bedroeg de werkzaamheidsgraad in 2018 gemiddeld 73,1%. Het Vlaamse Gewest scoort iets hoger dan het EU-gemiddelde. Zweden kende de hoogste werkzaamheidsgraad (82,6%), gevolgd door Duitsland en Tsjechië (beide landen 79,9%). In Griekenland werd in 2018 de laagste werkzaamheidsgraad genoteerd (59,5%), gevolgd door Italië (63,0%) en Kroatië (65,2%).

Bronnen

Definities

Werkzaamheidsgraad: het aandeel van de werkende personen in de totale bevolking van een bepaalde leeftijdsgroep, volgens de bepalingen van het Internationaal Arbeidsbureau (International Labour Organisation - ILO). Iemand wordt als werkend beschouwd indien hij of zij in de referentieweek minstens een uur betaalde arbeid heeft verricht.

Publicatiedatum

23 april 2019

Volgende update

april 2020

Meer cijfers

Contact