Werkzaamheidsgraad

  • Bijna 75% van 20- tot 64-jarigen aan het werk

    In 2020 lag de werkzaamheidsgraad bij de bevolking van 20 tot 64 jaar in het Vlaamse Gewest op 74,7%. Dat betekent dat 74,7% van de 20- tot 64-jarigen een betaalde baan had. De werkzaamheidsgraad is toegenomen van 67,3% in 1999 tot 75,5% in 2019. In 2020 was er een lichte daling tegenover 2019. 

  • Werkzaamheidsgraad sterker gestegen bij vrouwen dan bij mannen

    De werkzaamheidsgraad bij mannen lag in 2020 op 78,5%. Dat is duidelijk hoger dan bij vrouwen (70,9%). Bij vrouwen steeg de werkzaamheidsgraad tijdens de afgelopen jaren wel sterker dan bij mannen. Bij mannen lag de werkzaamheidsgraad in 1999 op 77,1%, bij vrouwen op 57,3%.  

  • Laagste werkzaamheidsgraad maar sterkste stijging bij 55-plussers

    De werkzaamheidsgraad van personen van 55 tot 64 jaar lag in de hele periode van 1999 tot 2020 veel lager dan die van de andere leeftijdsgroepen. De werkzaamheidsgraad van de groep van 55 tot 64 jaar steeg wel het sterkst: van 23,7% in 1999 tot 55,7% in 2020.

    Bij de 45- tot 54-jarigen steeg het aandeel werkenden van 68,4% in 1999 tot 85,6% in 2019, gevolgd door een lichte daling tot 84,7% in 2020.

    De werkzaamheidsgraad van 35- tot 44-jarigen nam toe van 83,7% in 1999 tot 88,1% in 2018 maar daalde daarna licht tot 87,2% in 2020.

    Bij jongeren van 20 tot 34 jaar daalde de werkzaamheidsgraad van 76,9% in 1999 tot 73,0% in 2020.

  • Laagste werkzaamheidsgraad bij laaggeschoolden

    In de hele periode zijn er grote verschillen naar onderwijsniveau. De werkzaamheidsgraad bij laaggeschoolden van 25 tot 64 jaar bedroeg 53,7% in 2020, tegenover 52,0% in 1999. Bij middengeschoolde personen lag de werkzaamheidsgraad in 2020 op 77,3%, ongeveer even hoog als in 1999. Bij hooggeschoolden bedroeg de werkzaamheidsgraad in 2020 88,1%, iets hoger dan in 1999.

  • Hoogste werkzaamheidsgraad bij koppels met kinderen

    In 2020 lag de werkzaamheidsgraad bij alleenstaanden zonder kinderen ten laste op 70,4%. In 2012 ging het om 66,8%. Bij alleenstaanden met kinderen schommelde de werkzaamheidsgraad tussen 2012 en 2017 rond 65%. Daarna steeg hun werkzaamheidsgraad tot 72,9% in 2019 maar daalde die in 2020 weer tot 67,3%.

    Koppels zonder kinderen hadden in 2020 een werkzaamheidsgraad van 69,9%, tegenover 61,5% in 2012. Bij koppels met kinderen steeg de werkzaamheidsgraad van 79,8% in 2012 tot 82,3% in 2019, gevolgd door een lichte daling tot 81,1% in 2020. De werkzaamheidsgraad van deze groep lag in de periode 2012-2020 veel hoger dan bij de andere huishoudtypes.

  • Zeer lage werkzaamheidsgraad bij personen met hinder door handicap of langdurig gezondheidsprobleem

    In 2020 lag de werkzaamheidsgraad bij personen met hinder wegens een handicap of langdurig gezondheidsprobleem op 46,0%, tegenover 37,5% in 2009. Bij personen zonder hinder steeg de werkzaamheidsgraad van 76,0% in 2009 tot 81,2% in 2019 maar daalde daarna tot 80,2% in 2020.

  • Lagere werkzaamheidsgraad bij personen geboren buiten Europese Unie

    In 2020 lag de werkzaamheidsgraad bij personen geboren buiten de Europese Unie (EU28) op 59,1%, tegenover 61,9% in 2019. In 2007 ging het om 51,4%. Bij personen geboren in België steeg de werkzaamheidsgraad van 73,1% in 2007 tot 76,3% in 2020. Personen die in een ander EU28-land zijn geboren hadden in 2020 een werkzaamheidsgraad van 76,1%, tegenover 64,3% in 2007.

  • Vlaamse werkzaamheidsgraad iets boven EU-gemiddelde

    In 2020 lag de Vlaamse werkzaamheidsgraad (74,7%) duidelijk hoger dan in de andere gewesten. In het Waalse Gewest ging het om 64,6%, in het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest om 61,3% en in België in zijn geheel om 70,0%.

    In de Europese Unie (EU27) bedroeg de werkzaamheidsgraad in 2020 gemiddeld 72,3%. Het Vlaamse Gewest scoort hoger dan het EU-gemiddelde. Zweden (80,8%) kende de hoogste werkzaamheidsgraad, gevolgd door Nederland (80,0%) en Duitsland (80,0%). In Griekenland werd de laagste werkzaamheidsgraad genoteerd (61,1%), voorafgegaan door Italië (62,6%) en Spanje (65,7%).

Bronnen

Definities

Werkzaamheidsgraad: het aandeel van de werkende personen in de totale bevolking van een bepaalde leeftijdsgroep, volgens de bepalingen van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). Iemand wordt als werkend beschouwd indien hij of zij in de referentieweek minstens een uur betaalde arbeid heeft verricht.

Publicatiedatum

8 april 2021

Volgende update

april 2022

Meer cijfers

Contact

Vorige versies