Woonquote

  • Bijna 1 op de 5 huishoudens geeft meer dan 30% van het inkomen uit aan huur of afbetaling van woonlening

    Volgens de resultaten van het Grote Woononderzoek (GWO), een grootschalig onderzoek naar de woonsituatie van de Vlaamse huishoudens, gaf in 2013 bijna 1 op de 5 Vlaamse huishoudens meer dan 30% van het besteedbaar inkomen uit aan naakte woonkosten. Het gaat om de uitgaven voor huur of afbetaling van de woonlening.

    Dit aandeel is tegenover 2005 duidelijk gestegen: volgens de Woonsurvey van 2005 ging het om 13% van de huishoudens. De stijging is terug te vinden in elke deelmarkt. In 2013 hadden 52% van de private huurders en 23% van de sociale huurders een woonquote hoger dan 30%. Dit is telkens aanzienlijk meer dan de aandelen van 39% en 12% in 2005. Voor de eigenaars met een hypotheek is er sprake van een stijging van 17% naar 27%.

    Volgens de recentste resultaten van de Europese EU-SILC-enquête lag in 2017 het aandeel Vlaamse huishoudens waar de naakte woonkosten hoger liggen dan 30% van het besteedbaar inkomen op 19%. Bij de private huurders loopt dit op tot iets meer dan de helft. Bij eigenaars die hun woning afbetalen, bedraagt dit aandeel 23%.

  • Lagere inkomensgroepen kennen een hogere woonquote

    Niet onverwacht ligt het aandeel met hoge woonkosten in verhouding tot het inkomen hoger bij de lagere inkomensgroepen. Bij de groep huishoudens in het laagste inkomenskwintiel ligt dit aandeel het hoogst (33%). Naarmate het inkomen stijgt, daalt het aandeel huishoudens met een woonquote van meer dan 30%.

  • Bijna één op twee private huurders besteedt meer dan 40% van het inkomen aan de totale woonkosten

    Er kan bij de beoordeling van de betaalbaarheid van het wonen ook gekeken worden naar de totale woonkosten in plaats van de naakte woonkosten. Het gaat dan om de huurkosten of afbetaling van de woonlening plus bijkomende woonuitgaven voor verzekering, taksen, onderhoud en nutsvoorzieningen. Ook deze totale woonkosten kunnen afgezet worden ten opzichte van het besteedbaar inkomen waarbij 40% van het inkomen dan traditioneel als kritische grens wordt gehanteerd.

    In totaal valt in 2013 bij 19% van de huishoudens de totale woonkosten boven de 40%‐grens, wat 6 procentpunten meer is dan in 2005. Bijna de helft van de private huurders (47%) spendeert in 2013 meer dan 40% van het besteedbaar inkomen aan de totale woonkosten, wat aanzienlijk meer is dan bij de eigenaars met hypotheek (23%) en de sociale huurders (27%). De relatieve toename van deze aandelen is wel groter bij laatstgenoemde deelmarkten dan bij de private huurders.

    Volgens de recentste resultaten van de Europese EU-SILC-enquête ligt het aandeel huishoudens waar de totale woonkosten hoger liggen dan 40% van het besteedbaar inkomen in 2017 op net geen 20%. 1 op 2 private huurders geeft aan maandelijks meer dan 40% uit te geven aan de totale woonuitgaven. Bij eigenaars die hun woning afbetalen bedraagt dit aandeel 24%.

Bronnen

Definities

Inkomenskwintiel: wanneer de inkomens van laag naar hoog worden gerangschikt, kunnen zij worden opgedeeld in 5 gelijke groepen of kwintielen. Het laagste kwintiel omvat dan de 20% laagste inkomens, het hoogste kwintiel de 20% hoogste inkomens.

Naakte woonkosten: kosten voor huur of afbetaling van de woonlening.

Totale woonkosten: naakte woonkosten plus bijkomende woonuitgaven voor verzekering, taksen, onderhoud en nutsvoorzieningen.

Woonquote: de verhouding tussen de uitgaven van een huishouden aan wonen en het totale besteedbare inkomen van dat huishouden.

Publicatiedatum

20 december 2018

Volgende update

september 2019

Meer cijfers

Contact